Direct zoeken




 

.

3 - Chemische reacties

Hoofdstuk 3 - Chemische Reacties

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten uitwerkingen

Bla Bla Bla  
werkboek met
opgaven en practica

 

   

uitwerkingen van
het werkboek

{/access}

introductie

 

 

3.1 - Chemische reacties

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Chemische reacties herkennen ❸

uitleg

Een chemische reactie is een gebeurtenis waarbij stoffen verdwijnen en nieuwe stoffen ontstaan. In het kort noemen we dit ook wel een reactie . De stoffen die je voor de reactie hebt noem je beginstoffen . De stoffen die je na de reactie overhoudt noem je de reactieproducten . Chemische reactie 's vinden voortdurend om ons heen plaats. Wanneer je hout, benzine of gas verbrandt verandert het in verbrandingsgassen. Als je een ei bakt verandert het vloeibare, doorzichtige en kleurloze eiwit in een harde niet doorzichtige witte stof (afbeelding 1). Maar ook in je lichaam veranderen voortdurent stoffen . Het voedsel dat je eet veranderd in nuttige stoffen zoals glucose, vet en eiwitten. De glucose reageert in je cellen met zuurstof. Hierbij komt koolstofdioxide vrij die je weer uitademt. Bij chemische reactie 's veranderen de moleculen van één of meer stoffen in andere moleculen .   Afbeelding 1

 

Hoe herken je ze?
Bij chemische reacties veranderen moleculen in nieuwe moleculen . Omdat moleculen te klein zijn om te zien kun je reacties hier niet aan herkennen. Om te bepalen of je met een chemische reactie te maken hebt kun je kijken naar de reactieverschijnselen (afbeelding 2). Bij elke chemische reactie zijn er één of meer reactieverschijnselen waar te nemen. Voorbeelden van reactieverschijnselen zijn: kleurverandering, ontstaan van gasbelletjes, knal, lichtflits, vuur, rook , warmte , geur.
  Afbeelding 2

 

NASK2/K/10-6

 

Reacties in het dagelijks leven ❸

uitleg

Als je denkt dat chemische reacties alleen maar plaats vinden in een laboratorium heb je het mis. Het dagelijks leven zit vol met chemische reacties. Je komt ze dagelijks tegen.    

Bederven
Om te blijven leven moet je eten. Het voedsel dat je eet wordt door ons lichaam omgezet in nuttige stoffen zoals glucose, vet en eiwitten. Om de glucose in je lichaam te verbranden is er zuurstof nodig. Die adem je in en de koolstofdioxide die bij de verbranding ontstaat adem je weer uit. Veel voedsel moeten we eerst koken, bakken of braden. Hierbij veranderen de stoffen in het voedsel en de eventuele bacteriën en schimmels worden gedood. Het bereiden van voedsel kan ook voorkomen dat voedsel bederft (afbeelding 1). Wanneer bacteriën en schimmels in het voedsel te groeien vinden er chemische reacties plaats waarbij schadelijke stoffen vrij komen. Daar kun je goed ziek van worden. Mensen met een zwakke gezondheid kunnen er zelfs aan sterven. Door een conserveringsmiddel toe te voegen blijft een voedingsproduct langer houdbaar.
  Afbeelding 1
 
Kleurstoffen
Voorwerpen worden vaak voorzien van een kleurtje. De veel kleurstoffen kunnen niet goed tegen de UV- straling in zonlicht (afbeelding 2). De verf op auto's verkleurt hierdoor. Ook in huis kun je de verkleuring van verf soms goed zien. Vooral als het zonlicht van elke dag maar op een deel van een geverfd voorwerp komt. Dat deel zal dan verkleuren het andere deel niet. De kleurstoffen in kleding kunnen vaak slecht tegen bleek. Toch zit in wasmiddel juist bleek om de kleding schoon te krijgen. Daarom moet je gekleurde was (bonte was) gescheiden wassen van de witte was. In wasmiddel voor de bonte was zit veel minder bleekmiddel.
  Afbeelding 2
 
Kalk
In elektrische apparaten die thuis water verwarmen zit een verwarmingselement (afbeelding 3). In ons kraanwater zit kalk. Tijdens het verwarmen van het water ontstaat er kalkaanslag op het verwarmingselement. Diezelfde kalkaanslag kun je ook krijgen op de badkamertegels, de douchecabine en zelfs op de glazen uit de vaatwasser. Met een ontkalker kun je dit verwijderen. De ontkalker reageert dan met de kalk tot een reactieproduct dat goed oplost in water . Het in goed om regelmatig apparaten zoals de waterkoker, koffiezetapparaat, wasmachine en vaatwasser te ontkalken .
  Afbeelding 3
 
Verbranden
Om eten te koken kun je een gasfornuis gebruiken. Om het huis te verwarmen wordt in de centrale verwaming gas verbrand . Voor de gezelligheid kun je een kaars aansteken of de openhaard. Bij al deze voorbeelden is er vuur. Verbranden is een chemische reactie tussen een brandstof en zuurstof.
   

 

NASK2/K/10-6

 

Reactieschema ❸

uitleg

Bij een chemische reactie veranderen beginstoffen in reactieproducten . Je kunt dit weergeven in een reactieschema . In een reactieschema staan de beginstoffen voor een pijl. De reactieproducten staan achter die pijl. De pijl wijst altijd naar rechts en betekent zoveel als "geeft" (afbeelding 1). Wanneer je een stukje magnesiumlint aansteekt reageert het magnesium met zuurstof uit de lucht. Er ontstaat een wit poeder dat we magnesiumoxide noemen (video 1). De beginstoffen zijn hier zuurstof en magnesium. Het reactieproduct is magnesiumoxide. Voor het maken van wijn gebruik je gistcellen. In gistcellen vind een chemische reactie plaats waarbij glucose ( beginstof ) veranderd in koolstofdioxide en alcohol ( reactieproducten ).    

 

Afbeelding 1
  Video 1 (0:01:07)
 
 

 

NASK2/K/10-7

 

 

 

3.2 - Wat zijn geen chemische reacties

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Faseovergangen zijn geen reacties ❸

uitleg

Tijdens een faseovergang lijken stofeigenschappen te veranderen. Toch kun je met het molecuulmodel laten zien dat de moleculen zelf niet veranderen. Bij het smelten van een stof komen de moleculen los van hun vaste plek en gaan iets verder uit elkaar vrij bewegen. Het is nog steeds wel dezelfde stof . Bij het condenseren van water 'klonteren' de watermoleculen van een gas samen om weer een vloeistof te vormen. Het zijn nog steeds dezelfde watermoleculen.    

 

NASK2/K/10-6

 

Indampen is geen reactie

uitleg

Bij indampen maak je gebruik van de faseovergang verdampen . Wanneer je een oplossing van zout in water verwarmt verdampt het water (afbeelding 1). De watermoleculen veranderen niet ze gaan alleen verder uit elkaar en vermengen zich met de lucht. De zoutmoleculen veranderen ook niet. Ze 'klonteren' samen tijdens het verdampen van het water en vormen uiteindelijk weer een vaste stof .   Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-6

 

Destilleren is geen reactie

uitleg

Bij destilleren wordt een mengsel van twee vloeistoffen van elkaar gescheiden door één van de twee stoffen te laten verdampen . Bij het scheiden van alcohol uit wijn verdampen de alcohol moleculen . De alcoholdamp wordt opgevangen en afgekoeld. Daardoor wordt de damp weer vloeibaar . De moleculen veranderen daarbij niet. De watermoleculen blijven achter in de kolf. Ook deze moleculen veranderen verder niet. Destilleren is daarom geen reactie .   Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-6

 

 

3.3 - Stoffen onderzoeken

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Ontledingsreacties (intro) ❸

uitleg

Ontleden betekent zoveel als "op delen in stukjes". Dit is precies wat er gebeurt bij een ontledingsreactie . Een ontledingsreactie heeft altijd maar één beginstof en twee of meer reactieproducten . De moleculen waaruit de beginstof bestond worden uit elkaar getrokken kleinere stukjes. Deze kleinere moleculen zijn op zichzelf weer stoffen met andere stofeigenschappen dan de beginstof . In een reactieschema van een ontledingsreactie staat links van de pijl altijd maar één stof en rechts van de pijl twee of meer stoffen (afbeelding.1). Drie soorten ontleding zijn thermolyse , elektrolyse en fotolyse .   Afbeelding 1

 

NASK2/V/2-A

 

Thermolyse ❸

uitleg

Wanneer je een stof heel sterk verwarmt kunnen de moleculen in de stof uit elkaar vallen in stukjes. Je gebruikt dus een hoge temperatuur voor deze vorm van ontleding . Daarom noemen we dit thermolyse . Een voorbeeld is de thermolyse van suiker (video 1). De suiker verandert na verhitten in twee zichtbaar andere stoffen . Een zwarte vaste stof en een brandbaar gas . De zwarte stof is koolstof. Het gas is waterstofgas. Waterstofgas is brandbaar, daarom kon de damp branden. Er komt ook een derde stof vanaf die je niet meteen kunt aantonen en dat is zuurstof. Het bakken en braden van voedsel is ook een thermolyse . Soms kun je de reactieproducten van een thermolyse verder ontleden .   Video 1 (0:05:46)

 

links & downloads


 ammoniumdichromaat (0:01:40)
       

 

NASK2/V/2-A

 

Elektrolyse ❸

uitleg

Wanneer je een elektrische stroom door sommige stoffen laat gaan kunnen deze stoffen uit elkaar vallen in stukjes. Je gebruikt dus elektriciteit voor deze vorm van ontleding . Daarom noemen we dit elektrolyse .

Je gebruikt hiervoor elektroden . Hiervoor worden vaak staafjes gebruikt die gemaakt zijn van koolstof of platina. Maar plaatjes gemaakt van andere metalen werken ook wel. Je steekt twee elektroden in de stof . Door de pluspool en minpool van een spanningsbron op de elektroden aan te sluiten, zien we een chemische reactie ontstaan. Een voorbeeld is de elektrolyse van water (video.1). Bij beide polen ontstaat een gas . Bij de pluspool onstaat twee keer zoveel gas als bij de minpool. Het gas dat bij de pluspool ontstaat kan ontploffen. Dit is waterstofgas. Het gas bij de minpool laat een stof beter branden. Dit is zuurstof.

Andere voorbeelden zijn de elektrolyse van koperchloride (afbeelding.1) en de winning van aluminium uit de grondstof bauxiet.
   

 

Video 1 (0:01:14)
  Afbeelding 1
  Afbeelding 2

 

NASK2/V/2-A

 

Fotolyse ❸

uitleg

Bij sommige stoffen vallen de moleculen in de stof uit elkaar in stukjes wanneer er licht op schijnt. Je gebruikt dus licht voor deze vorm van ontleding . We noemen dit fotolyse . Een voorbeeld is de fotolyse van silverchloride (video 1). In de video wordt eerst zilverchloride gemaakt. Vlak na het maken is de zilverchloride wit. Eén van de buisjes wordt afgedekt met zilverfolie. Hierdoor kan het licht niet bij de inhoude van dit buisje. De zilverchloride ontleed door het licht en de kleur wordt donkerder. Dit is goed te zien omdat de zilverchloride die beschermd was van het licht nog wit is gebleven. Op deze manier werden vroeger foto's gemaakt. In de fotocamera zat een stukje papier met daarop wit zilverchloride. Door het papier te belichten ontstond een beeld op het papier. In het dagelijks leven kom je fotolyse tegen wanneer de kleur van verf vervaagd door de zon.   Video 1 (0:02:27)

 

NASK2/V/2-A

 

 

 

3.4 - Elementen

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Elementen, verbindingen en kommaformules

Uitleg

Suiker ontleedt na lang verhitten in drie stoffen . Eén daarvan is koolstof. Je kunt koolstof niet verder ontleden . We noemen een stof die je niet verder kunt ontleden een element . In de loop van de geschiedenis hebben mensen steeds meer elementen ontdekt. In de natuur komen ongeveer honderd elementen voor. Deze elementen hebben een symbool gekregen die bestaat uit een hoofdletter en eventueel een kleine letter. Zo is het symbool voor koolstof een hoofdletter C. Het symbool voor magnesium is Mg. Al deze elementen zijn gerangschikt in het periodiek systeem .   Afbeelding 1

 

Verbindingen en Kommaformules
Een stof die je wel kunt ontleden noemen we een verbinding . Elke verbinding kun je ontleden in elementen . Dat betekent dat een verbinding bestaat uit elementen . Je kunt dit laten zien met een kommaformule . In een kommaformule staan de elementen waaruit een verbinding bestaat gescheiden door een komma. Suiker bestaat uit de elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De kommaformule van suiker is dan C,H,O (voorbeeld 1). De verbinding magnesiumoxide bestaat uit de elementen magnesium (Mg) en zuurstof (O). De kommaformule voor magnesiumoxide is Mg,O. Er bestaat een afspraak over de volgorde van de elementen in een kommaformule . In die volgorde staat koolstof altijd vooraan, daarna  waterstof en de andere elementen worden daarna op volgorde geschreven van atoomnummer . Op deze regel zijn in de praktijk weer uitzonderingen.
  Voorbeeld 1

suiker C,H,O
magnesiumoxide Mg,O
zilverchloride Ag,Cl
zuurstof O
koolstofdioxide C,O
alcohol C,H,O

 

links & downloads

video's: Periodic table of video's   website: Dynamisch Periodiek Systeem

NASK2/K/11

 

Reactieschema's ( kommaformules ) ❸

uitleg

Een reactieschema kun je in woorden opschrijven maar je kunt ook de kommaformules van de stoffen gebruiken. Hiermee wordt een reactieschema nog overzichtelijker. Het is verstandig om eerst het reactieschema in woorden op te schrijven voordat je probeert de kommaformules te gebruiken.   Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-7

 

 

 

| + -