Direct zoeken




 

.

5 - Productieprocessen

Hoofdstuk 5 - Productieprocessen

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten uitwerkingen

Bla Bla Bla  
werkboek met
opgaven en practica

 

   

uitwerkingen van
het werkboek

{/access}

introductie

 

 

5.1 - Reactiesnelheid

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Chemische reactiesnelheid

uitleg

De term chemische reactiesnelheid wordt ook wel afgekort tot reactiesnelheid . Het is de snelheid waarmee een chemische reactie verloopt. Je kunt de reactiesnelheid bijvoorbeeld uitdrukken in de massa van een beginstof die per seconde verdwijnt. Na een bepaalde tijd is er niet genoeg beginstof meer. De reactie stopt dan. De tijd die hiervoor nodig is noemen we ook wel de reactietijd . Er zijn meerdere factoren die de reactiesnelheid beïnvloeden. Zo wordt de snelheid van de meeste reacties hoger als de temperatuur verhoogt wordt (video 1). Sommige reacties gaan sneller als de druk verhoogt wordt. Je kunt de reactiesnelheid ook verhogen door een katalysator aan de reactie toe te voegen. Dit is een stof die meedoet in de reactie maar niet opgebruikt wordt. Aan het einde van de reactie is er net zoveel katalysator als aan het begin. Een katalysator versnelt de reactie .   Video 1 (0:0:2:06)

 

links & downloads


reactiesnelheid
 
       

 

NASK2/K/10-11

 

 

 

5.2 - Percentages

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Massapercentage ❸

uitleg

In 100 gram drop zit ongeveer 58 gram suiker. Dit kun je aflezen op het etiket (afbeelding 1). Dit is 58 procent van de totale massa . We noemen dit het massapercentage . Massapercentage kort je af met massa %. Stel dat de totale massa van een zak drop 450 gram is. Er zit in die zak drop 19,35 gram eiwit. Het massapercentage kun je berekenen met een verhoudingstabel (voorbeeld 1) of met een formule (voorbeeld 2).   Afbeelding 1

 

Voorbeeld 1
  Voorbeeld 2

  Video 1 (0:02:50)

 

 

 

Volumepercentage ❸

uitleg

Op een fles whiskey staat '46% VOL.' Hiermee wordt het alcoholgehalte bedoeld. De afkorting 'VOL.' betekent in dit geval dat het om een volumepercentage gaat. Volumepercentage kort je af met volume %. Stel er zit 322 mL alcohol in een fles whiskey van 700 mL. Wat is dan het volumepercentage alcohol? Dit kun je berekenen met een verhoudingstabel (voorbeeld 1) of met een formule (voorbeeld 2).
  Afbeelding 1

 

Voorbeeld 1
  Voorbeeld 2

   

 

 

 

 

 

5.3 - Massa in verhouding

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Massaverhouding ❸

uitleg

Wanneer we het in de scheikunde hebben over massaverhouding dan bedoelen we de verhouding in de massa 's tijdens chemische reacties. Als je de massaverhouding tijdens een reactie weet, kun je berekeningen doen. Je kunt bijvoorbeeld uit rekenen hoeveel reactieproduct je kunt maken met een hoeveelheid beginstof . Stel we gaan salmiak maken door 288 gram zoutzuur met ammoniak te laten reageren. De massaverhouding tussen zoutzuur en salmiak is 36 : 53. Je kunt dan uitrekenen hoeveel salmiak hierbij ontstaat (voorbeeld 1)   Voorbeeld 1

 

 

 

 

 

5.4 - Niets verspillen

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Overmaat en tekort ❸

uitleg

Stoffen reageren in vaste massaverhoudingen met elkaar. Wanneer je twee stoffen met elkaar laat reageren kun je te maken krijgen met een overmaat . Je hebt dan teveel van een beginstof toegevoegd en die blijft over na de reactie . In de industrie worden chemische reacties op grote schaal uitgevoerd. Dit betekent dat er hele grote hoeveelheden beginstoffen gebruikt worden. Het is dan belangrijk precies te weten hoeveel beginstoffen je nodig hebt. Stel je laat 100 gram magnesium reageren met 350 gram zoutzuur. Welke stof is dan in overmaat ? Hoeveel gram heb je teveel? Dit kun je berekenen met een verhoudingstabel als je de massaverhouding weet (voorbeeld 1).

 
  Voorbeeld 1

 

tekort
In voorbeeld 1 berekenen we hoeveel zoutzuur nodig is voor 100 gram magnesium. Stel dat je met maar 240 gram zoutzuur was begonnen. Dan was er te weinig zoutzuur. Je zou dit een ' ondermaat ' kunnen noemen. Magnesium is dan in overmaat , maar je hebt nog niet berekent met hoeveel gram. Als dit gebeurd moet je de berekening nogmaals doen. Alleen moet je dan uitrekenen hoeveel gram magnesium je nodig hebt voor de aanwezige hoeveelheid zoutzuur (voorbeeld 2).
  Voorbeeld 2

 

NASK2/V/1-A

 

 

 

| + -