Direct zoeken




 

.

Hoofdstuk 4 - Constructies

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten uitwerkingen

Bla Bla Bla  
werkboek met
opgaven en practica

 

   

uitwerkingen van
het werkboek

{/access}

introductie

 

 

4.1 - Wat zijn krachten

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Krachten herkennen ❷

tekst

In het dagelijks leven kom je overal krachten tegen. Zo gebruik je spierkracht om je boekentas op te tillen. De windkracht maakt het je moeilijk om vooruit te komen op de fiets. De zwaartekracht zorgt ervoor dat je pen op de grond valt als je hem per ongeluk loslaat. Al deze krachten kun je niet zien, toch weten we dat ze er wel zijn. Krachten kun je herkennen door te kijken naar de gevolgen die krachten kunnen hebben. De spierkracht van de hond brengt de slee in beweging (afbeelding.1). Als de hond van richting veranderd zorgt zijn spierkracht er ook voor dat de slee van richting veranderd. De spankracht in de boog zorgt ervoor dat de pijl met grote snelheid wegschiet (afbeelding.2). Als er genoeg windkracht is gaat de windsurfer snel vooruit (afbeelding.3). De spierkracht van de bergbeklimmer zorgt dat hij niet naar beneden valt (afbeelding.4).   Afbeelding 1

 

Afbeelding 2
  Afbeelding 3
  Afbeelding 4

 

Gevolgen
Een kracht kan drie gevolgen hebben. De kracht kan een verandering geven in snelheid , richting of vorm. De verandering van vorm kan blijvend zijn, zoals bij een botsende auto. We noemen dit plastische vervorming . De vervorming van de boog is tijdelijk (afbeelding 2). Als je de boog loslaat schiet deze weer terug in zijn oorspronkelijke vorm. We noemen dit elastische vervorming .

Evenwicht
Als de boogschutter aan het richten is houd hij de boog gespannen. Zijn spieren trekken de boog uit elkaar. De boog trekt zijn armen weer terug. Omdat beide krachten even groot zijn zie je geen verandering in snelheid , richting of vorm. Soms kun je een kracht herkennen, ook als je geen verandering ziet.
  Video 1 (0:01:03)

begrippen

elastisch   voorwerpen die elastisch vervormen willen uit zichzelf de vorm aannemen die ze voor de vervorming hadden, een voorbeeld is een elastiekje.
kracht   dat wat nodig is om een voorwerp te veranderen van vorm, richting en/of snelheid , we korten de grootheid kracht af met de hoofdletter F.
plastisch   voorwerpen die plastisch vervormen houden na de vervorming dezelfde vorm, een voorbeeld is een deuk maken in een stuk klei.
spankracht   de kracht die voorkomt dat een voorwerp uit elkaar getrokken wordt. Bijvoorbeeld een touw of kabel.
spierkracht   kracht die wordt gezet met spieren.
trekkracht   kracht die gezet wordt als je ergens aan trekt
vervorming   wanneer een voorwerp van vorm veranderd noemen we dat ook wel vervorming , er zijn twee soorten vervorming , elastisch en plastisch.

doelen

doel 1 - Je kunt de drie gevolgen noemen waaraan je kunt herkennen dat er ergens een kracht werkt.
Je kunt krachten herkennen aan een verandering van snelheid , richting en/of vorm.

doel 2 - Je kunt bij een afbeelding of foto een aantal verschillende krachten benoemen die in die foto werken.
praktische vaardigheid: Let op of je in de tekening of foto een verandering van richting, snelheid of vorm kunt herkennen. Natuurlijk staat de foto stil maar het stelt altijd een situatie voor waarin er iets beweegt of verandert.

doel 3 - Je kunt twee manieren van vervorming noemen en er voorbeelden van geven.
Voorwerpen kunnen elastisch en plastisch vervormen. Elastische vervorming zie je bij het uitrekken van een stuk elastiek of het indrukken van een veer . Plastische vervorming zie je wanneer je een deuk slaat in een stuk klei of wanneer een auto hard tegen een boom botst.

links&downloads


fun in space
(0:02:34)

vader vd zwaartekracht (0:02:50)
     
         

NASK1/K/9-1

Krachten meten ❷

tekst

Om een kracht te meten gebruiken we een veerunster (afbeelding 1). In een veerunster zit een veer die je tegenwerkt als je de twee uiteinden uit elkaar probeert te trekken. Hoe verder je de veer uitrekt hoe groter deze tegenwerkende kracht . Veerunsters zijn er in verschillende soorten. Hoe groter en dikker de veer hoe meer kracht je moet zetten om de veer uit te rekken.

Schaalverdeling
Stel je pakt de twee uiteinden van een krachtige veerunster vast en zet er zoveel mogelijk kracht op. De veer rekt dan uit totdat de kracht die jij zet net zo groot is als de kracht die de veer zet. Door een schaalverdeling te maken kun je nu een kracht gaan aflezen.
  Afbeelding 1

 

Index
Het engelse woord voor kracht is 'Force'. Daarom korten we deze grootheid af met de letter F. Omdat er zoveel verschillende krachten zijn zetten we ook vaak een index onder de letter F. Zo korten we zwaartekracht af met Fz (voorbeeld 1)

Eenheid
De eenheid van kracht is de newton (N) vernoemd naar Sir Isaac Newton. Om een idee te krijgen hoe sterk een kracht is kun je onthouden dat een pak melk (1 kg) door de aarde met ongeveer 10 newton naar beneden getrokken wordt.
  Voorbeeld 1

begrippen

index   een letter of woord dat rechtsonder een grootheid wordt gezet om bijvoorbeeld twee verschillende krachten uit elkaar te houden. Fz = zwaartekracht
krachtmeter   een apparaat dat kracht kan meten, een ander woord voor krachtmeter is veerunster .
newton   de eenheid van kracht , we korten newton af met de hoofdletter N.
veerunster   een apparaat dat kracht kan meten, een ander woord voor veerunster is krachtmeter .

doelen

doel 1 - Je kunt twee namen noemen voor het instrument waarmee we kracht meten.
Dit zijn de krachtmeter en veerunster .

doel 2 - Je kunt de eenheid van kracht noemen en de afkortingen van beiden.
Kracht heeft als afkorting de hoofdletter F. De eenheid van kracht is newton en die korten we af met de hoofdletter N.

doel 3 - Je kunt uitleggen wat we bedoelen met een index.
Een index is een letter of woord dat rechtsonder een grootheid wordt gezet om bijvoorbeeld twee verschillende krachten uit elkaar te houden.

doel 4 - Je kunt de index van zwaartekracht en  veerkracht noemen.
Fz = zwaartekracht , Fv = veerkracht

links&downloads


vader vd zwaartekracht (0:02:50)

veren laboratorium
     
         

NASK1/K/9-1

Krachten tekenen ❷

tekst

Om opgaven te kunnen maken, begrijpen en beantwoorden moeten we krachten zichtbaar maken. We doen dit vaak in tekeningen. Een kracht heeft niet alleen een waarde in newton , maar ook een richting. Daarom tekenen we een kracht als een pijl. We noemen zo'n pijl een vector (afbeelding 1). Een vector heeft drie eigenschappen. De lengte van de vector geeft de grootte van de kracht aan. De richting van de vector geeft de richting van de kracht aan. Het aangrijpingspunt geeft aan op welk punt de kracht precies werkt.

 
  Afbeelding 1

 

Krachtenschaal
Van een pijl kun je de lengte meten in bijvoorbeeld centimeters. Hiermee weet je nog niet hoe groot de kracht is. Daarvoor moet er een krachtenschaal bij (afbeelding 2). Een krachtenschaal geeft de verhouding aan tussen de lengte van de pijl en de kracht die hij voorstelt. Het ≙ teken betekent 'komt overeen met'. In afbeelding 2 stelt elke centimeter 5 newton voor.

Aangrijpingspunt
Het aangrijpingspunt is de plek waar de kracht werkt. In afbeelding 3 zie je twee voorwerpen die een kracht op elkaar uitoefenen. In zo'n geval teken je het aangrijpingspunt in het midden van het gebied waar de twee voorwerpen elkaar raken. De hand van het mannetje raakt de kast. Je tekent het aangrijpingspunt in het midden van zijn hand.

Zwaartepunt
Bij de zwaartekracht zijn er wel twee voorwerpen , de aarde en een hamer, maar die raken elkaar niet (afbeelding 4). Het aangrijpingspunt van de zwaartekracht teken je in het zwaartepunt . Dit is het punt waarop een voorwerp in evenwicht is (video 1).
  Afbeelding 2

 

Afbeelding 3
 
Afbeelding 4
  Video 1 (0:05:04)

begrippen

aangrijpingspunt   De plek waar de kracht werkt. Bij zwaartekracht is dit het zwaartepunt , anders het midden van het grensvlak tussen twee voorwerpen .
krachtenschaal   Een verhouding tussen lengte van een vector en de grootte van de kracht .
vector   pijl waarmee we een kracht tekenen.
heeft een aangrijpingspunt , lengte en richting.

doelen

doel 1 - Je kunt in een tekening het aangrijpingspunt van een genoemde kracht aanwijzen.
Praktische vaardigheid: Het aangrijpingspunt zit bijna altijd in het midden van het grensvlak tussen twee voorwerpen . Alleen bij zwaartekracht ligt het aangrijpingspunt vaak in het midden van het voorwerp .

doel 2 - Je kunt met een krachtenschaal de lengte bepalen die hoort bij een gegeven kracht in newton .
Praktische vaardigheid: maak van de kracht en de lengte een verhoudingstabel . Zet daarin de verhouding en je gegeven. Reken vervolgens de gevraagde uit.

doel 3 - Je kunt in een afbeelding een genoemde kracht tekenen als een vector .
Praktische vaardigheid:
1. Bepaal waar het aangrijpingspunt van de kracht zit.
2. Bepaal de richting van de kracht .
3. Zoek op of er bij je tekening een krachtenschaal wordt gegeven. Zo niet bedenk dan zelf een krachtenschaal . Zorg dat je getekende kracht niet te groot of te klein wordt.
4. Bereken de lengte van de kracht die je gaat tekenen.
5. Teken de kracht .

doel 4 - Je kunt schatten waar het aangrijpingspunt van de zwaartekracht op simpele voorwerpen zit.
Praktische vaardigheid: Als het voorwerp de vorm heeft van een balk , kubus of cylinder en helemaal gemaakt is van hetzelfde materiaal dan ligt het zwaartepunt in principe in het midden van het voorwerp . In andere gevallen is het soms lastig in te schatten. Bedenk je op welk punt het voorwerp zou kunnen balanceren.

links&downloads


krachten tekenen
(0:03:52)

krachtenschaal
(0:02:41)

oefenblad krachtenschaal
   
         

NASK1/V/2-2

Het zwaartepunt

uitleg

In afbeelding.1 zie je dat het zwaartepunt van een voorwerp vaak in het midden zit. Zolang het voorwerp overal van hetzelfde materiaal gemaakt is en de vorm regelmatig is, werkt dit prima. Bij een onregelmatige vorm is het lastiger om in te schatten waar het zwaartepunt zit. Je kunt dit punt wel vinden met een simpel experiment (afbeelding.2). Bij dit experiment gaat het over een twee dimensionaal voorwerp . Driedimensionale voorwerpen hebben natuurlijk ook een zwaartepunt . Deze is alleen nog moeilijker te vinden, wanneer de vorm onregelmatig is (afbeelding.3).    

 

Afbeelding 1
  Afbeelding 2
  Afbeelding 3

 

links & downloads


zwaartepunt
(0:05:04)
       

 

NASK1/V/2-3

 

Constructies en vormen ❹

uitleg

Bij het maken van bijvoorbeeld gebouwen, voertuigen, bruggen machines, en ophangsystemen maken we gebruik van allerlei slimme trucs om de constructies stevig te maken. Een goed voorbeeld hiervan is de driehoek. Wanneer je drie balken aan elkaar schroeft, heb je een driehoek. De vorm van deze driehoek is niet te veranderen zonder het hout te breken. Wanneer je vier balkjes aan elkaar schroeft (afbeelding.1), dan kan het geheel schuiven. Door er een extra balkje schuin tussen te schroeven ontstaan twee driehoeken. De constructie kan nu niet meer schuiven.


 
  Afbeelding 1

 

Een andere manier om constructies steviger te maken is door op een slimme manier gebruik te maken van de sterke kanten van materialen . Een plat liggende plank kan niet zoveel weerstand bieden tegen een kracht . De plank zal al snel doorbuigen. Op zijn kant kan dezelfde plank veel meer weerstand bieden. Je zou een liggende plank op een staande plank kunnen schroeven. Je hebt dan een profiel gemaakt die van voren eruit ziet als een letter T, een T- profiel . Er bestaan een heleboel verschillende profielen:
  Afbeelding 2

 

Nog een manier om gebruik te maken van de sterke kanten van materialen is door twee materialen te combineren. We noemen zoiets een composiet . De zwakke kant van het éne materiaal, is de sterke kant van het andere materiaal. Een voorbeeld hiervan is de bewapening in beton. Dit is een raster van metalen stangen die in de onderkant van een betonnen vloer zitten. Wanneer je gewicht zet op de vloer wordt de bovenkant van het beton in elkaar gedrukt. Beton kan heel goed tegen dit soort drukkrachten. Aan de onderkant van de vloer wordt het beton juist uit elkaar getrokken. Beton kan slecht tegen dit soort trekkrachten. Door aan de onderkant een metalen hekwerk in het beton te gieten, worden de trekkrachten opgevangen door het metaal . Metaal kan heel goed tegen trekkrachten.   Afbeelding 3

 

links & downloads


bruggen bouwen
(0:03:12)

driehoeken overal
(0:00:58)

bruggen bouwen 2
(0:02:56)
bruggenbouw spel  

 

NASK1/V/2-4

 

 

 

4.2 - Samenwerken

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Krachten optellen (dezelfde lijn) ❷

tekst

Optellen
Wanneer er twee of meer krachten op één voorwerp werken noemen we het resultaat van alle krachten samen de nettokracht . Twee andere namen die hetzelfde betekenen zijn somkracht en resultante . Wanneer de krachten in dezelfde richting werken en op dezelfde lijn staan mag je ze gewoon optellen (afbeelding 1). De twee smurfen trekken aan hetzelfde touw. Deze twee krachten staan in dezelfde lijn. Je mag ze bij elkaar optellen. De nettokracht van de twee smurfen is 100 N  +  180 N  =  280 N.
 
  Afbeelding 1

 

Tegengesteld
Als twee krachten op dezelfde lijn staan maar in tegengestelde richting kun je de nettokracht bepalen door de twee krachten van elkaar af te halen (afbeelding 2). De twee smurfen trekken in tegenovergestelde richting aan het touw. De krachten werken in dezelfde lijn. De nettokracht is het verschil tussen de twee krachten 180 N  -  100 N  =  80 N. De rechter smurf trekt harder dus de somkracht werkt naar rechts.
  Afbeelding 2

begrippen

nettokracht   Een ander woord voor resultante .
resultante   De kracht die hetzelfde resultaat heeft als het resultaat van meerdere krachten die samen werken op één voorwerp . Resultante wordt ook wel somkracht en nettokracht genoemd.
somkracht   Een ander woord voor resultante .

doelen

doel 1 - Je kunt twee andere namen noemen voor het begrip ' somkracht '
Somkracht wordt ook vaak nettokracht en resultante genoemd.

doel 2 - Je kunt uitleggen wat we bedoelen met het begrip somkracht .
De somkracht is de kracht die hetzelfde effect heeft als dat van alle andere krachten samen.

doel 3 - Je kunt uitleggen wat we bedoelen met 'twee krachten in één lijn'.
Bij touwtrekken bijvoorbeeld werken alle krachten op dezelfde lijn, het touw.

doel 4 - Je kunt uitleggen waarom twee krachten in dezelfde richting bij elkaar opgeteld mogen worden.
Twee krachten in dezelfde richten helpen elkaar, ondersteunen elkaar. Daarom mag je ze bij elkaar optellen.

doel 5 - Je kunt uitleggen waarom twee krachten in tegengestelde richting van elkaar af getrokken mogen worden.
Twee krachten die in tegengestelde richting staan werken elkaar tegen. Daarom mag je ze van elkaar aftrekken.

links&downloads


oefeningen krachten optellen

somkracht
wrijving
     
         

NASK1/K/9-6

Kop staart methode ❷

tekst

Wanneer twee krachten een verschillende werklijn hebben maar wel hetzelfde aangrijpingspunt kun je de somkracht bepalen met de kopstaartmethode. Teken de twee krachten op schaal en verplaats één van de twee krachten in gedachte zodat ze achter elkaar komen te liggen. De somkracht loopt vanaf het aangrijpingspunt tot aan de punt van de verplaatste kracht . We noemen dit de kopstaart methode .

Kopstaartmethode
In voorbeeld 1 werken twee krachten op een zwart blokje. Ze werken beide in hetzelfde aangrijpingspunt . De blauw pijl is verplaatst. We hebben hem gestippelde getekent. Het aangrijpingspunt van de gestippelde blauwe pijl is nu ook verplaatst. De rode pijl en de gestippelde blauwe pijl liggen kop-staart. De nettokracht van de rode en blauwe pijl begint in het oorspronkelijke aangrijpingspunt en eindigd in de punt van de gestippelde blauwe pijl.

 
  Voorbeeld 1

begrippen

kopstaart methode   Een manier om twee krachten die in verschillende richtingen staan op te tellen.
Je legt de krachten dan kop aan staart.
nettokracht   Een ander woord voor resultante .
resultante   De kracht die hetzelfde resultaat heeft als het resultaat van meerdere krachten die samen werken op één voorwerp . Resultante wordt ook wel somkracht en nettokracht genoemd.
somkracht   Een ander woord voor resultante .

doelen

doel 1 - Je kunt schatten welke kant een stilstaand  voorwerp opgaat, als er twee krachten op werken in verschillende richtingen.
praktische vaardigheid: de richting van het stilstaande voorwerp is in principe altijd ergens tussen de twee krachten . Het voorwerp gaat altijd  meer richting de sterkste kracht .

doel 2 - Je kunt de somkracht bepalen van twee krachten die niet in dezelfde lijn werken, maar wel op hetzelfde aangrijpingspunt .
praktische vaardigheid:
1 - Bepaal welke kracht je gaat verplaatsen.
2 - Teken een lijn, evenwijdig aan die kracht die precies door de punt van de andere kracht gaat.
3 - Teken nu de eerste kracht na met als aangrijpingspunt de kop van de tweede kracht .
4 - Teken een kracht vanaf het oorspronkelijke aangrijpingspunt tot aan het uiteinde van de verplaatste kracht .

links&downloads


kopstaart methode

krachten samenstellen (0:05:21)

oefenblad vectoren optellen

vectoren optellen
(0:09:31)
 
         

NASK1/V/2-2

Krachten ontbinden

uitleg

Het effect van twee krachten samen noemen we de somkracht . Wanneer die twee krachten niet in dezelfde lijn werken kun je de kopstaart methode gebruiken om de somkracht te bepalen. Het omgekeerde kan ook en noemen we het ontbinden van een kracht (afbeelding.1). Het massablokje hangt aan twee stukken touw aan het plafond. Het geheel hangt stil dus het resultaat van alle krachten is gelijk aan 0,0.N. Het gewicht dat het blokje zet op het touw wordt verdeeld over de twee stukken. De twee spankrachten in de stukken touw moeten samen even groot zijn als het gewicht van het blokje, maar dan naar boven. We weten de richting van deze krachten omdat die gelijk moet zijn aan die van het touw. De grootte van deze krachten vinden we met een parallellogram.    

 

Afbeelding 1
  Afbeelding 2
  Afbeelding 3

 

Eerst leren: kopstaart-methode
 
   
Je kunt een somkracht ontbinden in twee krachten .

1 - Teken de somkracht op schaal.
      (in de video de even lang en tegenovergesteld aan de zwaartekracht )

2 - Bepaal in welke richtingen de twee krachten .
     (in de video de richtingen van het touw.)

3 -  Teken lijnen parallel aan die richtingen en door de punt van de somkracht die je bij stap 2 hebt getekent.

4 - De hoeken van de parallelogram zijn de uiteinden van de twee krachten .

  Video 1 (0:03:49)

 

links & downloads


krachten ontbinden
(0:03:51)
       

 

NASK2/V/2-2

 

 

 

4.3 - Hefbomen en katrollen

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

De hefboomwet

uitleg

Met een takkenschaar kun je gemakkelijk een grote kracht zetten (afbeelding.1). Dit komt omdat een takkenschaar werkt als een hefboom . Veel gereedschap werkt als een hefboom . Met een hefboom kun je met een kleine kracht op grote afstand van het draaipunt een grote kracht maken dicht bij het draaipunt. In het dagelijks leven kom je overal hefbomen tegen. Denk maar eens aan: klauwhamer, breekijzer, schaar, tang, spoorboom, ophaalbrug, en een torenkraan.

De afstand tussen de kracht en het draaipunt noem je de arm van de kracht . Wanneer de kracht maal de arm aan beide kanten van de hefboom even groot is, is de hefboom in evenwicht (afbeelding.2). Wat je moet onthouden over de hefboomregel is gegeven in afbeelding.3.
  Afbeelding 1

 

Afbeelding 2
  Voorbeeld 1

F₁  =  20 N
l₁  =  0,5 m
l₂  =  5 cm  =  0,05 m
F₂  =  ?

F₁  x  l₁  =  F₂  x  l
20  x  0,5  =  F₂  x  0,05
10  =  F₂  x  0,05

F₂  =  10  :  0,05  =  200 N
  Afbeelding 3

 

voorbeelden

Afbeelding 4
  Afbeelding 5
  Afbeelding 6
         
Afbeelding 7
  Afbeelding 8
  Afbeelding 9

 

links & downloads


kracht en hefboom
(0:06:09)

hefboom
     

 

NASK1/K/9-2

 

Katrollen en takels

uitleg

Een katrol is een wieltje waarover een touw kan bewegen. Met een katrol kun je de richting van een kracht veranderen. Een kist die je op wilt tillen kun je bijvoorbeeld ophijsen met een touw en een vaste katrol (afbeelding 1). Met een tweede katrol kun je de kracht halveren (afbeelding 2). Hiervoor moet je wel meer touw binnen halen. Met drie of vier katrollen kun je de kracht in vieren delen (afbeelding 3). Zo'n systeem van katrollen noem je een takel . Bij takels geldt dezelfde formule als bij hefbomen . Je kunt zien door welk getal de kracht verdeeld wordt door naar het aantal stukken touw te kijken waaraan de kracht hangt.    

 

Afbeelding 1
  Afbeelding 2
  Afbeelding 3

 

links & downloads


kracht en hefboom
(0:06:09)
       

 

NASK1/K/9-3

 

Momenten ❹

uitleg

In afbeelding.1 wordt een moer aangedraaid met een engelse sleutel. Door kracht te zetten op het handvat van de engelse sleutel ontstaat er een kracht die de moer laat ronddraaien. Deze draaikracht wordt een moment genoemd. Het symbool van moment is de hoofdletter M. Een moment kun je uitrekenen door de kracht die gezet wordt te vermenigvuldigen met de afstand tussen het aangrijpingspunt van de kracht en het draaipunt. De afstand tussen het draaipunt en de kracht noemen we de arm . De arm wordt afgekort met de kleine letter l.    

 

Afbeelding 1
  Afbeelding 2
  Video 1 (0:08:29)

 

Je kunt rekenen met de formule M = F x l    

 

NASK1/V/2-4

 

De momentenwet

uitleg

Een simpele kurkentrekker maakt gebruik van momenten (afbeelding.1). De spierkracht veroorzaakt een draaikracht in punt S. We noemen dit een moment . Dit moment wil de kurkentrekker linksom laten draaien. De kurk bied weerstand . De kurk veroorzaakt een moment rechtsom. Wanneer deze twee momenten gelijk zijn is de kurkentrekker in evenwicht. Dan geldt de momentenwet . De momentenwet zegt:

Mlinksom = Mrechtsom
 
Een moment kon je berekenen door de kracht te vermenigvuldigen met zijn arm . M = F x l. Als je te maken hebt met twee krachten zoals bij de kurkentrekker kun je de momentenwet herschrijven als:
 
F1 x l1   =   F2 x l2
 
Deze formule noemen we de hefboomregel .
  Afbeelding 1

 

Afbeelding 2
  Afbeelding 3
  Afbeelding 4

 

links & downloads


Momentenwet introductie (0:08:31)
       

 

NASK1/V/2-4

 

 

 

| + -