Direct zoeken




 

.

1 - Reactievergelijkingen

Hoofdstuk 1 - Reactievergelijkingen

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten uitwerkingen

Bla Bla Bla  
werkboek met
opgaven en practica

 

   

uitwerkingen van
het werkboek

{/access}

introductie

 

 

1.1 - De naam van stoffen

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Elementen, verbindingen en kommaformules

Uitleg

Suiker ontleedt na lang verhitten in drie stoffen . Eén daarvan is koolstof. Je kunt koolstof niet verder ontleden . We noemen een stof die je niet verder kunt ontleden een element . In de loop van de geschiedenis hebben mensen steeds meer elementen ontdekt. In de natuur komen ongeveer honderd elementen voor. Deze elementen hebben een symbool gekregen die bestaat uit een hoofdletter en eventueel een kleine letter. Zo is het symbool voor koolstof een hoofdletter C. Het symbool voor magnesium is Mg. Al deze elementen zijn gerangschikt in het periodiek systeem .   Afbeelding 1

 

Verbindingen en Kommaformules
Een stof die je wel kunt ontleden noemen we een verbinding . Elke verbinding kun je ontleden in elementen . Dat betekent dat een verbinding bestaat uit elementen . Je kunt dit laten zien met een kommaformule . In een kommaformule staan de elementen waaruit een verbinding bestaat gescheiden door een komma. Suiker bestaat uit de elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De kommaformule van suiker is dan C,H,O (voorbeeld 1). De verbinding magnesiumoxide bestaat uit de elementen magnesium (Mg) en zuurstof (O). De kommaformule voor magnesiumoxide is Mg,O. Er bestaat een afspraak over de volgorde van de elementen in een kommaformule . In die volgorde staat koolstof altijd vooraan, daarna  waterstof en de andere elementen worden daarna op volgorde geschreven van atoomnummer . Op deze regel zijn in de praktijk weer uitzonderingen.
  Voorbeeld 1

suiker C,H,O
magnesiumoxide Mg,O
zilverchloride Ag,Cl
zuurstof O
koolstofdioxide C,O
alcohol C,H,O

 

links & downloads

video's: Periodic table of video's   website: Dynamisch Periodiek Systeem

NASK2/K/11

 

Molecuulformule en naamgeving ❹

uitleg

Een molecuulformule lijkt heel veel op een kommaformule . In beiden staan de atoomsoorten die in de stof voorkomen afgekort met symbolen. In een kommaformule wordt alleen aangegeven uit welke atoomsoorten een stof bestaat. Een molecuulformule geeft daarbij ook aan hoeveel atomen van elk soort er in een molecuul zitten. Daarvoor wordt rechtsonder het atoomsoort een index gezet (afbeelding.1). In een ammoniak molecuul zitten drie waterstof atomen. Rechtsonder het symbool voor waterstof (H) staat daarom een 3 (afbeelding.2). Rechtsonder het symbool voor stikstof (N) staat niets. Dit komt omdat de index 1 altijd wordt weggelaten. Staat er geen index bij een atoomsoort , dan is de index eigenlijk 1.   Afbeelding 1

 

Aan de naam van een stof kun je vaak opmaken uit welke atoomsoorten de stof bestaat. Wanneer een stof uit twee atoomsoorten bestaat, eindigt de naam van het tweede atoomsoort vaak op "-ide" (afbeelding.3). Natriumchloride bestaat bijvoorbeeld uit de atoomsoorten natrium en chloor. Verbindingen met zuurstof worden oxiden genoemd. Hun namen eindigen allemaal met "-odixe".

Soms kun je ook afleiden hoeveel atomen van elk atoomsoort er in het molecuul van een stof zit. Daarvoor bestaan er voorvoegsels (afbeelding.4). Het molecuul van koolstofdioxide (CO2) bevat één atoom koolstof en twee atomen zuurstof. Let op dat het voorvoegsel mono weggelaten wordt als het voor het eerste atoom zou komen te staan. CO2 wordt niet mono-koolstof-mono- oxide genoemd. Tussen twee atoomsoorten blijft het voorvoegsel mono wel staan zoals bij koolstofmonoxide .
 
Afbeelding 2

 

De meeste elementen bestaan uit losse atomen. De molecuulformule van deze elementen bestaat daarom alleen uit het symbool van dat element . De molecuulformule van het element natrium is Na. De molecuulformule van ijzer schrijf je als Fe. Er zijn uitzonderingen op deze regel (afbeelding 4). De elemtenten waterstof, stikstof, zuurstof, fluor, chloor, broom, en jood komen voor als tweetallen. De molecuulformules van deze elementen schrijf je dus met de index twee.  
Afbeelding 3
 
Afbeelding 4
  Afbeelding 5
   

 

links & downloads

simulatie: Bouw een molecuul (PhET)   video: molecuulformule (0:10:12)

NASK2/K/11-3

 

 

 

1.2 - Wat zijn geen chemische reacties

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Faseovergangen zijn geen reacties ❸

uitleg

Tijdens een faseovergang lijken stofeigenschappen te veranderen. Toch kun je met het molecuulmodel laten zien dat de moleculen zelf niet veranderen. Bij het smelten van een stof komen de moleculen los van hun vaste plek en gaan iets verder uit elkaar vrij bewegen. Het is nog steeds wel dezelfde stof . Bij het condenseren van water 'klonteren' de watermoleculen van een gas samen om weer een vloeistof te vormen. Het zijn nog steeds dezelfde watermoleculen.    

 

NASK2/K/10-6

 

Indampen is geen reactie

uitleg

Bij indampen maak je gebruik van de faseovergang verdampen . Wanneer je een oplossing van zout in water verwarmt verdampt het water (afbeelding 1). De watermoleculen veranderen niet ze gaan alleen verder uit elkaar en vermengen zich met de lucht. De zoutmoleculen veranderen ook niet. Ze 'klonteren' samen tijdens het verdampen van het water en vormen uiteindelijk weer een vaste stof .   Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-6

 

Destilleren is geen reactie

uitleg

Bij destilleren wordt een mengsel van twee vloeistoffen van elkaar gescheiden door één van de twee stoffen te laten verdampen . Bij het scheiden van alcohol uit wijn verdampen de alcohol moleculen . De alcoholdamp wordt opgevangen en afgekoeld. Daardoor wordt de damp weer vloeibaar . De moleculen veranderen daarbij niet. De watermoleculen blijven achter in de kolf. Ook deze moleculen veranderen verder niet. Destilleren is daarom geen reactie .   Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-6

 

 

1.3 - Chemische reacties

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Reactieschema (komma, verbranding ) ❸

uitleg

Als je een stof verbrandt valt deze uit elkaar in losse elementen die vervolgens oxiden vormen. De stof met kommaformule C,H,S reageert verbrand tot de oxiden C,O en H,O en S,O. Wanneer je van de verbranding de beginstof weet kun je de verbrandingsreactie opschrijven voor de volledige verbranding (afbeelding 1). Hiervoor moet je wel de kommaformule van de brandstof weten en de oxiden van de elementen die in de brandstof zitten.

Onvolledige verbranding
Bij een onvolledige verbranding ontstaan nog allerlei andere combinaties van de aanwezige elementen . We gaan nog niet in op de reactieproducten van een onvolledige verbranding .
  Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-7

 

Reactieschema ( fasen ) ❸

uitleg

Je kunt in een reactieschema aangeven in welke fase een stof is. Dit doe je met afkortingen die bestaat uit één letter. De letter van de fase zet je vervolgens tussen haakjes als index achter de stof . De afkortingen zijn logisch als je de Engelse woorden ervoor onthoud. Bij verbranding van het element waterstof komt water vrij. Let op dat de temperatuur tijdens de verbranding altijd hoog genoeg is om het water in de gas fase te laten ontstaan.

letter fase Engels
s vast solid
l vloeibaar liquid
g gas gas
aq opgelost in water  
  Voorbeeld 1

 

NASK2/K/10-7

 

Reactievergelijking ❹

uitleg

Tijdens een chemische reactie worden de bindingen tussen atomen verbroken en weer gemaakt. Hierbij worden moleculen veranderd in nieuwe moleculen . Een reactievergelijking is een schematische voorstelling van dit proces. Een reactievergelijking lijkt heel veel op een reactieschema . In een reactieschema met kommaformules zie je niet in welke verhoudingen de stoffen reageren. In een reactievergelijking zie je dit wel omdat daar molecuulformules in staan.

kloppend maken
In 1789 kwam Antoine Lavoisier erachter dat de totale massa tijdens een chemische reactie altijd gelijk blijft. Dat betekent dat het aantal atomen van elk soort, voor en na de reactie gelijk moet zijn. Wanneer je een reactievergelijking opschrijft moet het aantal atomen van elk soort, ook voor en na de reactie gelijk zijn. Dit doe je door de coefficienten te veranderen. De coefficient staat voor elke molecuulformule en geeft het aantal moleculen aan. Een coefficient van 1 wordt voor het overzicht weggelaten. Een coefficient mag ook alleen een geheel getal zijn.
  Afbeelding 1

 

Je kunt een reactievergelijking kloppend maken.

1 - Zoek de makkelijkste stof op.
(met maar één atoomsoort in de molecuulformule )

2 - Zoek de moeilijkste stof op.
(meeste atoomsoorten , makkelijkste atoomsoort niet meetellen)

3 - Geef alle andere stoffen een coefficient door te kijken naar de moeilijkste stof .

4 - Maak de makkelijkste atoomsoort kloppend.

5 - Vermenigvuldig alle coefficienten om te zorgen voor zo klein mogelijke maar gehele coefficienten .

  Video 1 (0:08:13)

 

links & downloads

simulatie: reactievergelijkingen (simpel)   simulatie: reactievergelijking (uitgebreid)

NASK2/K/10-7 en 8

 

 

 

1.4 - Reacties en massa

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Atoommassa en molecuulmassa

uitleg

Atoommassa
De massa van een hoeveelheid stof wordt bepaald door het aantal atomen en de atoomsoorten die in de stof voorkomen. Omdat atomen erg klein zijn wordt de atoommassa niet gemeten in de eenheden gram of kilogram. De eenheid die we gebruiken voor de massa van atomen en moleculen is de atomaire massa - eenheid (u). Men heeft afgesproken dat 12 u gelijk is aan de massa van één koolstof atoom (afbeelding.1). Een koolstof atoom weegt daardoor precies 12 u. Van alle andere atoomsoorten is de massa bepaald in vergelijking met die van koolstof. Zo heeft een magnesium atoom ongeveer twee keer zoveel massa als een koolstof atoom. De atoommassa van magnesium is ongeveer 24 u. De atoommassa 's vind je in het periodiek systeem in je binas.
  Afbeelding 1

 

Molecuulmassa
Met de molecuulformule van een stof kun je de relatieve molecuulmassa bepalen. In de molecuulformule staat welke atoomsoorten er in het molecuul voorkomen. Door de index wordt ook aangegeven hoeveel atomen van elk soort er in elk molecuul zitten. Door de atoommassa van alle atomen op te tellen bereken je de molecuulmassa .
   

 

Je kunt de molecuulmassa van een stof bepalen

1 - Schrijf de molecuulformule van de stof op.

2 - Schrijf eronder welk atoomsoorten er in het molecuul voorkomen.

3 - Bepaal hoeveel atomen van elk soort in het molecuul voorkomen.

4 - Zoek in binas de atoommassa 's van elk van de atoomsoorten op.

5 - Vermenigvuldig de aantallen met de atoommassa 's

6 - Tel alle berekende massa 's bij elkaar op.

  Video 1 (0:01:50)

 

 

 

links & downloads


molecuulmassa
(0:05:52)

periodiek systeem van video's (EN)

dynamisch periodiek systeem
   

 

NASK2/V/1-A

 

Wet van behoud van massa

uitleg

In 1789 kwam Antoine Lavoisier erachter dat de totale massa tijdens een chemische reactie altijd gelijk blijft. We noemen dit de wet van behoud van massa (afbeelding.1). Tijdens een chemische reactie worden moleculen veranderd in andere moleculen . De atomen blijven hetzelfde. Er verdwijnen dus geen atomen, en er komen geen nieuwe atomen bij. Het totaal van alle atoommassa 's blijft daarmee ook gelijk. Zelfs bij een verbranding is de massa van alle beginstoffen gelijk aan de massa van alle reactieproducten , hoewel het lastig is om dit te meten.   Afbeelding 1

 

links & downloads

video: massa behoud bij neerslag (0:01:05)    

NASK2/V/1-A

 

 

 

| + -