Direct zoeken




 

.

2 - Zouten (deel 1)

Hoofdstuk 2 - Zouten (deel 1)

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten uitwerkingen

Bla Bla Bla  
werkboek met
opgaven en practica

 

   

uitwerkingen van
het werkboek

{/access}

introductie

 

 

2.1 - Zouten

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Wat is een zout

uitleg

Suiker geleid geen elektrische stroom (afbeelding.1). Ook niet wanneer je het oplost in gedestilleerd water . Keukenzout ook niet. Dat lijkt allemaal misschien logisch. Maar wanneer je keukenzout oplost in gedestilleerd water , geleid de oplossing ineens wel elektriciteit . Stoffen die als vaste stof en in oplossing geen elektriciteit geleiden noemen we moleculaire stoffen .
Keukenzout geleidt wel elektriciteit als je het oplost. Er zijn nog veel meer stoffen die elektriciteit geleiden wanneer je ze oplost. Bijvoorbeeld koperchloride(afbeelding.1). Keukenzout en koperchloride horen bij een groep stoffen die scheikundigen zouten noemen. Er zijn honderden zouten met allemaal een aantal gemeenschappelijke eigenschappen.
  Afbeelding 1

 

Ionen
Alle zouten bestaan uit geladen deeltjes die we ionen noemen. Ionen kunnen positief of negatief geladen zijn. De totale lading van alle positieve ionen samen is altijd net zo groot als de totale lading van alle negatieve ionen . De totale lading van een zout is daarmee altijd nul. Uit welke ionen een zout bestaat en of de lading van die ionen positief of negatief is kun je onderzoeken met elektrolyse . Bij de elektrolyse van koperchloride ontstaat op de negatieve elektrode een roodbruine vaste stof (afbeelding.2). Dit blijft koper te zijn. Het koper ion moet daarom wel positief zijn. Aan de positieve elektrode ontstaat een gas dat naar chloor ruikt. Het chloor ion moet dus wel negatief zijn.
  Afbeelding 2

 

Kristalrooster
Alle zouten vormen kristallen wanneer ze in de vaste vaste zijn. Soms zien deze kristallen er prachtig uit, dat ze op edelstenen lijken (afbeelding.3). De kristallen ontstaan doordat in een vast zout de ionen op een vaste plek zitten. Ze zitten gerangschikt in een kristalrooster . In het kristalrooster trekken de ionen elkaar zo hard aan dat het moeilijk is ze weer uit elkaar te krijgen. Alle zouten hebben daarom ook een hoog smeltpunt . Vaste zouten geleiden geen elektriciteit omdat de ionen niet kunnen bewegen. In opgeloste en gesmolten zouten bewegen de ionen los van elkaar. Daarom kunnen opgeloste of gesmolten zouten wel elektriciteit geleiden .
  Afbeelding 3

 

links & downloads


zouten oplossen
 

ionen en zouten
(0:06:35)
     

NASK2/K/11-1

 

 

 

2.2 - Zout of verbinding

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

De opbouw van zouten

uitleg

Een zout bestaat uit positieve ionen en negatieve ionen . De positieve ionen zijn bijna altijd metaal ionen . Een voorbeeld van een uitzondering hierop is het ammonium ion . De negatieve ionen kunnen bijvoorbeeld chloride ionen of sulfaat ionen zijn. Veel voorkomende positieve en negatieve ionen vind je in afbeelding.1. De ladingen die deze ionen hebben staan ook gegeven in afbeelding.1. Voor de meeste ionen is de lading een vast gegeven. Een uitzondering hierop is ijzer dat twee verschillende ladingen kan hebben. De ladingen van ionen vind je ook in je binas.

Naamgeving
Keukenzout bestaat uit natrium ionen en chloride ionen . De scheikundige naam voor keukenzout is dan ook natriumchloride. We noemen zo'n scheikundige naam ook wel een rationele naam . De allerdaagse naam "keukenzout" noemen we ook wel een triviale naam . De rationele naam van een zout begint altijd met de naam van het positieve ion . Het zout kaliumchloride bestaat dus uit positieve kalium ionen en negatieve chloride ionen .
Wanneer een ion twee ladingen kan hebben, geven we met een romeins cijfer tussen haakjes aan welke lading het ion heeft. De naam van Fe2+ is het ijzer(II)- ion . De naam van Fe3+ is het ijzer(III)- ion . De rationele naam voor een ijzerzout moet altijd een romeins cijfer hebben om de lading van het ijzer- ion aan te geven. De naam van FeO is bijvoorbeeld ijzer(II) oxide .


Smelten
De formule voor vast natriumchloride is NaCl (s). Het smelten van keukenzout zou je zo op kunnen schrijven:

NaCl(s) → Na+(l) + Cl-(l)

Merk op dat je de ladingen bij een vast zout weg laat. De fase l betekent vloeibaar .

  Afbeelding 1



 

 

NASK2/K/10-8

 

Zouten herkennen ❹

uitleg

Zout of Moleculair?
Hoe weet je nu precies of je met een zout of een moleculaire stof te maken hebt? Als je genoeg eigenschappen van zouten weet, kun je ze makkelijk herkennen.

 
Water is bij kamertemperatuur een vloeistof. Water is geen zout maar een moleculaire stof . Kopernitraat is een zout omdat in deze verbinding het metaal koper voorkomt.

Kleur van Zouten
Soms kun je aan de kleur van een zout herkennen om welke ionen het gaat. Cu2+ ionen geven een oplossing een blauwe kleur. Het Fe2+ ion geeft een oplossing een lichtgroene kleur, terwijl het Fe3+ ion een oplossing meer bruin kleurt.
   

NASK2/K/10-12

 

 

 

2.3 - De naam van zouten

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Elementen, verbindingen en kommaformules

Uitleg

Suiker ontleedt na lang verhitten in drie stoffen . Eén daarvan is koolstof. Je kunt koolstof niet verder ontleden . We noemen een stof die je niet verder kunt ontleden een element . In de loop van de geschiedenis hebben mensen steeds meer elementen ontdekt. In de natuur komen ongeveer honderd elementen voor. Deze elementen hebben een symbool gekregen die bestaat uit een hoofdletter en eventueel een kleine letter. Zo is het symbool voor koolstof een hoofdletter C. Het symbool voor magnesium is Mg. Al deze elementen zijn gerangschikt in het periodiek systeem .   Afbeelding 1

 

Verbindingen en Kommaformules
Een stof die je wel kunt ontleden noemen we een verbinding . Elke verbinding kun je ontleden in elementen . Dat betekent dat een verbinding bestaat uit elementen . Je kunt dit laten zien met een kommaformule . In een kommaformule staan de elementen waaruit een verbinding bestaat gescheiden door een komma. Suiker bestaat uit de elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De kommaformule van suiker is dan C,H,O (voorbeeld 1). De verbinding magnesiumoxide bestaat uit de elementen magnesium (Mg) en zuurstof (O). De kommaformule voor magnesiumoxide is Mg,O. Er bestaat een afspraak over de volgorde van de elementen in een kommaformule . In die volgorde staat koolstof altijd vooraan, daarna  waterstof en de andere elementen worden daarna op volgorde geschreven van atoomnummer . Op deze regel zijn in de praktijk weer uitzonderingen.
  Voorbeeld 1

suiker C,H,O
magnesiumoxide Mg,O
zilverchloride Ag,Cl
zuurstof O
koolstofdioxide C,O
alcohol C,H,O

 

links & downloads

video's: Periodic table of video's   website: Dynamisch Periodiek Systeem

NASK2/K/11

 

Zoutformule ❹

uitleg

De ladingen van ionen verschillen van elkaar. Daardoor zitten ze ook in verschillende verhoudingen bij elkaar in een zout . In natriumchloride bijvoorbeeld zit er één chloride ion voor elk natrium ion . De verhouding is 1:1 in dit geval. Maar in koperchloride zitten twee chloride ionen voor elk koper ion . Dat komt omdat de lading van koper (Cu2+) twee keer zo groot is als die van natrium (Na+). Net als bij molecuulformules gebruiken we de index om de verhouding aan te geven in de formule van een zout . Zo'n formule wordt ook wel een verhoudingsformule genoemd. De verhoudingsformule voor koperchloride is CuCl2 en ijzer(III)sulfide schrijf je als Fe2S3   Afbeelding 1

 

Je kunt de zoutformule opstellen bij de rationele naam van een zout .

1 - Noteer de naam van het zout .

2 - Verander de naam van de ionen in symbolen.

3 - Schrijf de ladingen eronder.

4 - Zet onder de ladingen de verhouding die de ionen moeten hebben om in totaal een neutrale stof te krijgen.

5 - Schrijf de ionen nogmaals achter elkaar op en zet onder de ionen , als index, de verhoudingsgetallen. Een 1 laat je natuurlijk weg.

   

 

links & downloads


zoutformules
(0:06:30)
       

 

NASK2/K/10-12

 

Samengestelde ionen

uitleg

Samengestelde Ionen
Veel ionen bestaan uit één atoomsoort . Dit noemen we enkelvoudige ionen . Sommige ionen bestaan uit meerdere atoomsoorten . Sulfaat, nitraat, carbonaat, fosfaat en ammonium zijn hier voorbeelden van (afbeelding.1). Deze ionen bestaan uit groepjes atomen die bij elkaar blijven wanneer je het zout oplost of indampt. Een ion dat uit meerdere atoomsoortenbestaat noemen we een samengesteld ion .

Formule
In koper(II)nitraat zitten twee nitraat ionen voor elk koper ion . Daar kun je niet zomaar een index voor gebruiken. Je zou dan opschrijven CuNO32 Dit is fout omdat het nu net lijkt alsof er 32 zuurstof atomen in deze zoutformule zitten. In zo'n geval gebruik je haakjes om het samengestelde ion . De verhoudingsformule voor koper(II)nitraat wordt daarmee Cu(NO3)2
  Afbeelding 1

 

Je kunt de zoutformule opstellen bij de rationele naam van een zout met samengestelde ionen .

1 - Noteer de naam van het zout .

2 - Verander de naam van de ionen in symbolen.

3 - Schrijf de ladingen eronder.

4 - Zet onder de ladingen de verhouding die de ionen moeten hebben om in totaal een neutrale stof te krijgen.

5 - Schrijf de ionen nogmaals op maar nu tussen haakjes en met de verhoudingsgetallen als index onder de haakjes.

6 - Haal bij de verhoudingsgetallen de 1 weg en kijk welke haakjes echt nodig zijn. Haal ze eventueel weer weg.

   

 

links & downloads


zoutformules
(0:06:30)

samengestelde ionen
(0:06:17)
     

 

NASK2/K/10-8

 

 

 

2.4 - Oplosbaarheid van zouten

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Zouten oplossen

uitleg

Oplossen van Enkelvoudige Ionen
Wanneer je een zout oplost in water , raken de ionen los van hun vaste plek in het kristalrooster (afbeelding.1). Ze worden dan omhuld door water moleculen waardoor ze elkaar niet meer aantrekken. Je kunt het oplossen van keukenzout zo opschrijven:

NaCl(s) → Na+(aq) + Cl-(aq)

Merk op dat de ladingen van de ionen bij een vast zout worden weggelaten. De fase aq betekent opgelost .
 

Oplossen van Samengestelde Ionen
Ook aluminiumsulfaat lost goed op in water . In het water laten de aluminium ionen en sulfaat ionen elkaar los en worden omhuld door water moleculen . Het samengestelde ion van sulfaat blijft als groepje atomen bij elkaar. Verder zitten alle ionen los van elkaar. De verhouding tussen de aluminium ionen en de sulfaat ionen is nog steeds 2:3 net als in het onopgeloste zout Al2(SO4)3
Het oplossen van aluminiumsulfaat kun je opschrijven als:

Al2(SO4)3 (s)   →   2 Al3+(aq)   +   3 SO42- (aq)

De index van aluminium voor de pijl verandert dus in een coefficient na de pijl. Je mag 2.Al3+(aq) niet schrijven als (Al3+)2 (aq) Dat zou betekenen dat de aluminium ionen in de oplossing bij elkaar blijven als tweetallen, en dat is niet zo.

 

  Afbeelding 1

 

Oplosbaarheid weten
Of een zout wel of niet oplost kun je gemakkelijk aflezen op een oplosbaarheidstabel (afbeelding.2). In deze tabel staan bovenaan allemaal negatieve ionen en aan de linkerkant allemaal positieve ionen . Op de kruising van een positief en negatief ion staat een symbool om iets over de oplosbaarheid in water aan te geven. Een 'g' betekent dat het zout goed oplosbaar is, een 'm' betekent matig oplosbaar en een 's' betekent slecht oplosbaar. Soms zie je een 'o' staan. Dat betekent dat er een reactie plaatsvindt als je dat zout in water probeert op te lossen. Een uitgebreidere oplosbaarheidstabel vind je in je binas.
  Afbeelding 2

 

links & downloads


oplossen deel 1
(0:07:30)

oplossen deel 2
(0:04:28)

zouten oplossen
(0:05:22)

De oplosbaarheidstabel
(0:12:58)
 

 

NASK2/K/10-12

 

Lading van onbekende ionen

uitleg

Af en toe kun je een ion tegenkomen waarvan je de lading niet weet omdat je die nooit geleerd hebt en omdat hij niet in binas staat. Bijvoorbeeld het permanganaat ion in KMnO4. Toch kun je de lading van dit ion wel te weten komen. De totale lading van een zout is namelijk altijd gelijk aan nul. Je kunt ook zeggen, de lading is neutraal. We weten ook dat kalium een lading heeft van 1+. Volgens de zoutformule is de verhouding 1:1 tussen kalium ionen en permanganaat ionen . Dan moet de lading van permanganaat wel 1– zijn. Het onbekende ion wordt in opgaven ook wel eens met X aangegeven. De lading van X in Al2X3 moet wel 2– zijn. De totale positieve lading is namelijk 2.x.3.=.6. De negatieve lading is hier 6.:.3.=.2    

NASK2/K/10-12

 

 

 

2.5 - Oplossen

{access 2.Docent,4.SuperAdmin}

docenten materiaal en lesplanning

materiaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

2.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -

3.lesplan

Min Wat Materiaal
5 leerlingen komen binnen, nemen plaats en pakken hun spullen voor zich. -
15 Bespreken van opgaven van vorige week.  
30 leerlingen werken zelfstandig aan de opgaven van het werkboekje. Docent loopt rond voor hulp, uitleg en begeleiding.  

{/access}

uitleg

Oplosbaarheid ❸

uitleg

Wanneer je een schepje suiker in je warme thee doet, lijkt het na een tijdje te verdwijnen. Het is opgelost . Bij het oplossen mengen de stof (suiker) en het oplosmiddel ( water ) samen zo goed dat je de suiker niet meer ziet. Net als suiker lost zout ook erg goed op in water . Je kunt ongeveer 360 gram zout oplossen in één liter water (afbeelding.1). Daarna zal elk beetje zout dat je toevoegd aan het water op de bodem blijven liggen. Hoeveel stof kan oplossen , hangt af van een aantal factoren zoals de temperatuur, druk en vooral het soort stof (afbeelding.2). De oplosbaarheid van een stof is de maximale massa van die stof per volume eenheid van het oplosmiddel . We meten oplosbaarheid daarom bijvoorbeeld in gram per liter (g/L).    

 

Afbeelding 1
  Afbeelding 2
   

 

links & downloads


zouten oplossen
 
     

NASK2/K/10-1

 

Verzadigde oplossing

uitleg

In een vloeistof zoals water kun je stoffen oplossen . Dit kun je alleen niet oneindig blijven doen. Zo kun je bijvoorbeeld maar ongeveer 360 gram zout oplossen in 1,0 liter water . Daarna zul je zien dat de zoutkorreltjes op de bodem blijven liggen. De oplossing is dan verzadigd . Waneer je 320 gram zout oplost in 1,0 liter water noem de oplossing onverzadigd . Je kunt er namelijk nog 360.-.320.=.40.gram zout in oplossen . Je kunt dit vergelijken met het aantal plaatsen in de trein. Er kunnen veel mensen in de trein maar op een gegeven moment is de trein vol.

Oplosbaarheid verhogen
Toch kun je ervoor zorgen dat er meer stof opgelost kan worden in 1,0 liter water . De temperatuur kan een behoorlijk verschil maken in de oplosbaarheid . In water van 20.°C kan bijvoorbeeld ongeveer 320 gram kaliumchloride opgelost worden. Bij 90.°C is dat al ongeveer 550 gram (afbeelding.1).
  Afbeelding 1

 

links & downloads


verzadigde oplossing
(0:05:24)
     

NASK2/K/10-1

 

 

 

| + -