Direct zoeken




 

.

fasen

Drie fasen van stoffen ❷

Drie fasen van stoffen

uitleg

Stoffen kun je onderverdelen in drie groepen. Je hebt harde stoffen die niet of moeilijk van vorm veranderen zoals de stof waarvan je schaar gemaakt is. Dit noemen we de vaste fase (afbeelding.1). Je hebt stoffen die je kunt gieten zoals kraanwater. Dit noemen we de vloeibare fase (afbeelding.2). En dan is er nog een vorm die je normaal helemaal niet ziet zoals de lucht waar je elke dag doorheen loopt. Dit noemen we de gas fase . In de houder van afbeelding.3 zit een gas dat eruit komt als je de kraan opendraait. Deze drie vormen zijn de fasen die een stof kan hebben.    

 

Afbeelding 1
 
Afbeelding 2
  Afbeelding 3

begrippen

fase  
Is de stof vast, vloeibaar of gas ?
Stoffen kunnen voorkomen in drie fasen , vaste stoffen zijn hard en hebben een vaste vorm, vloeibare stoffen kun je gieten en gassen kun je normaal niet zien.

doelen

doel 1 - Je kunt de drie fasen noemen waarin stoffen kunnen voorkomen
vast, vloeibaar en gasvormig

doel 2 - Je kunt uitleggen hoe een vaste stof eruit ziet en je kunt drie voorbeelden noemen.
uiterlijke kenmerken: de stof is hard en (bijna) niet van vorm te veranderen.
goede voorbeelden: plastic , steen, beton, marmer en metalen zoals ijzer, koper, zink, lood, goud, zilver.

doel 3 - Je kunt uitleggen hoe een vloeistof eruit ziet en je kunt drie voorbeelden noemen.
vloeibare fase : de stof heeft geen vaste vorm, neemt de vorm aan van de houder waar het in zit en je kunt het gieten.
goede voorbeelden: water , ammoniak, alcohol.

doel 4 - Je kunt uitleggen hoe een gas eruit ziet en je kunt drie voorbeelden noemen.
gas fase : de stof heeft geen vaste vorm, neemt de vorm aan van de houder waar het in zit en je kunt het (meestal) niet zien.
goede voorbeelden: zuurstof, stikstof, koolstofdioxide , aardgas.
 

NASK1/K/4-3 en NASK2/K/10-1

Fasen en moleculen ❷

Fasen en moleculen

uitleg

Vaste fase
Een vaste stof is hard en de vorm is moeilijk te veranderen. De ruimte die de stof inneemt noem je het volume . Het volume van een vaste stof kun je niet veranderen door het in elkaar te persen. Dit komt omdat de moleculen in een vaste stof de moleculen dicht op elkaar en op een vaste plek zitten. De moleculen trillen op hun plek (video 1).
  Video 1 (0:00:59)   Vaste fase
 
Vloeibare fase
Een stof in de vloeibare fase heeft geen vaste vorm. Als je water van een glas in een kom giet neemt het water de vorm aan van de kom. Daarvoor had het de vorm van het glas. Dit komt omdat de moleculen in een vloeistof geen vaste plek hebben. Ze bewegen vrij rond door de vloeistof. Een vloeistof is nog steeds moeilijk in elkaar te persen. Het volume veranderd (bijna) niet. Dit komt omdat de moleculen nog wel erg dicht op elkaar zitten (video 2).
  Video 2 (0:00:59)   Vloeibare fase
 
Gas fase
Een stof in de gas fase heeft, net als een vloeistof, ook geen vaste vorm. Net als water neemt het de vorm aan van de ruimte waarin het zich bevind. Een gas kun je ook heel makkelijk van volume veranderen. Denk maar aan de fietsband waar je steeds meer lucht in pompt. Als de band lek is neemt de lucht die uit de band komt ineens veel meer ruimte in. Dit komt omdat de moleculen in een gas heel ver uit elkaar willen zitten. In een gas bewegen de moleculen los van elkaar door de ruimte. Ze proberen zo ver mogelijk uit elkaar te gaan (video.3).
  Video 3 (0:01:00)   Gas fase

begrippen

gas ( fase )  
Stoffen die je niet kan zien
In deze fase is de ‘wil’ van de moleculen om te bewegen groter dan de aantrekkingskracht tussen hen. De moleculen beweging zich los van elkaar door de ruimte waardoor je een gas niet kan zien.
vast ( fase )  
Stoffen met een vaste vorm
In deze fase is de aantrekkingskracht tussen de moleculen groter dan hun ‘wil’ om te bewegen. De moleculen blijven allemaal aan elkaar zitten daardoor heeft de stof een vaste vorm.
vloeibaar ( fase )  
Stoffen die je kan gieten
In deze fase is de aantrekkingskracht tussen de moleculen erg groot maar hun ‘wil’ om te bewegen is te groot om ze echt aan elkaar vast te laten zitten. De moleculen kunnen vrij gemakkelijk elkaar loslaten maar zullen naar elkaar toe willen als ze bij elkaar in de buurt zijn daardoor heeft de stof geen vaste vorm.

doelen

doel 1 - Je kunt uitleggen hoe de moleculen in een vaste stof zich gedragen.
De moleculen willen liever bij elkaar blijven dan bewegen. Ze zitten op vaste plekken in de stof en trillen een beetje op hun plek.

doel 2 - Je kunt uitleggen hoe de moleculen in een vloeistof zich gedragen.
De moleculen willen nog wel bij elkaar blijven maar ze willen ook graag bewegen. Ze zitten niet op vaste plekken in de stof maar bewegen langs elkaar.

doel 3 - Je kunt uitleggen hoe de moleculen in een gas zich gedragen.
De moleculen willen liever bewegen dan bij elkaar blijven. Ze bewegen vrij door de ruimte waarin ze zijn en komen elkaar hierbij af en toe tegen.

doel 4 - Je kunt de moleculen in de drie fasen schematisch tekenen.

links & downloads


fase en faseovergang
 

fasen
(0:06:57)
     

 

NASK1/K/4-3 en NASK2/K/10-1

| + -