Direct zoeken




 

.

Fase overgangen ❷

Fase overgangen ❷

uitleg

Een stof kan van fase veranderen. Dit gebeurt als de temperatuur veranderd. Hoe hoger de temperatuur hoe meer de moleculen willen bewegen. Hiervoor hebben ze ruimte nodig. De moleculen in een vaste stof kunnen, als de temperatuur te hoog wordt, los van elkaar gaan zitten. Het wordt dan een vloeistof. We noemen dit smelten en het is één van de faseovergangen. Het omgekeerde van smelten noemen we stollen . Bij de stof water wordt dit ook wel bevriezen genoemd. Er zijn zes faseovergangen:
 
- smelten smeltend ijsje  
- stollen hard worden van soldeertin  
- verdampen koken van water  
- condenseren het beslaan van de ruiten  
- rijpen de ijskristallen op een boomblad  
- sublimeren sublimeren van jood  
  Afbeelding 1

voorbeelden

Afbeelding 1    smelten
  Afbeelding 3    verdampen
  Afbeelding 5    rijpen
 
Afbeelding 2    stollen
  Afbeelding 4    condenseren
 
Video 1 (0:01:13)

begrippen

bevriezen  
De overgang van water van de vloeibare fase naar de vaste fase . Bij elke andere stof heet deze overgang stollen .
condenseren  
"Een stof die zijn fase veranderd van gas naar vloeibaar . "
Een voorbeeld is te zien bij het koken van water (vooral zonder afzuiger). Het gasvormig water verplaatst zich richting de koude ramen van de keuken en koelt daar af waarbij de stof weer vloeibaar wordt. Het raam beslaat.
faseovergang  
Wanneer een stof van fase verandert.
De ‘wil’ van moleculen om te bewegen wordt groter als de temperatuur stijgt. De aantrekkingskracht tussen moleculen is alleen afhankelijk van het soort moleculen en veranderd voor een bepaalde stof niet. Als de ‘wil’ om te bewegen (temperatuur) veranderd kan een stof van fase veranderen.
rijp  
De vaak fijne ijskristallen die je op bijvoorbeeld bladeren en grassprieten vindt, als het 's nachts koud genoeg is geweest. Het heet rijpen omdat het is ontstaan doordat waterdamp uit de lucht door rijpen in vaste kristallen is veranderd.
rijpen  
Een stof die zijn fase veranderd van gas naar vast zonder hierbij tussendoor vloeibaar te worden.
Een voorbeeld is 's ochtends na een koude nacht de kleine ijskristallen die het gras van de weilanden en sportvelden wit maken.
smelten  
Een stof die zijn fase veranderd van vast naar vloeibaar .
Een voorbeeld is het smelten van je waterijsje in de zomerzon. Het water van het ijsje was eerst in de vaste fase en doordat de temperatuur stijgt veranderd het naar de vloeibare fase .
stollen  
Een stof die zijn fase veranderd van vloeibaar naar vast.
Een voorbeeld is het weer hard worden van kaarsvet nadat de kaars is uitgeblazen. Het hard worden van water noem je ook stollen maar omdat hierbij een complex proces van kristalliseren plaatsvind noem je dit ook wel bevriezen .
sublimeren  
Een stof die zijn fase veranderd van vast naar gas zonder hierbij tussendoor vloeibaar te worden.
Een voorbeeld zie je elke keer dat je een ijsje uit de vriezer haalt. Onder het ijsje zie je een damp naar beneden bewegen. Deze damp is ontstaan doordat water uit het ijsje van de vaste fase direct gas is geworden dat daarna condenseert .
verdampen  
Een stof die zijn fase veranderd van vloeibaar naar gas .
Een voorbeeld is het koken van water . Als je lang genoeg doorkookt zal uiteindelijk al het water uit de pan 'verdwenen' zijn. Het is niet weg maar gas geworden.

doelen

doel 1 - Je kunt de zes faseovergangen noemen tussen de drie fasen .


doel 2 - Je kunt een voorbeeld noemen van elke faseovergang .
Kijk bij de begrippen.

links & downloads


fase en faseovergang
 

fasen
(0:06:57)

fasen van kaarsvet
(0:02:44)
   

 

NASK1/K/4-3 en NASK2/K/10-1

| + -