Direct zoeken




 

.

ionen

Wat is een zout ❹

uitleg

Suiker geleid geen elektrische stroom (afbeelding.1). Ook niet wanneer je het oplost in gedestilleerd water . Keukenzout ook niet. Dat lijkt allemaal misschien logisch. Maar wanneer je keukenzout oplost in gedestilleerd water , geleid de oplossing ineens wel elektriciteit . Stoffen die als vaste stof en in oplossing geen elektriciteit geleiden noemen we moleculaire stoffen .
Keukenzout geleidt wel elektriciteit als je het oplost. Er zijn nog veel meer stoffen die elektriciteit geleiden wanneer je ze oplost. Bijvoorbeeld koperchloride(afbeelding.1). Keukenzout en koperchloride horen bij een groep stoffen die scheikundigen zouten noemen. Er zijn honderden zouten met allemaal een aantal gemeenschappelijke eigenschappen.
  Afbeelding 1

 

Ionen
Alle zouten bestaan uit geladen deeltjes die we ionen noemen. Ionen kunnen positief of negatief geladen zijn. De totale lading van alle positieve ionen samen is altijd net zo groot als de totale lading van alle negatieve ionen . De totale lading van een zout is daarmee altijd nul. Uit welke ionen een zout bestaat en of de lading van die ionen positief of negatief is kun je onderzoeken met elektrolyse . Bij de elektrolyse van koperchloride ontstaat op de negatieve elektrode een roodbruine vaste stof (afbeelding.2). Dit blijft koper te zijn. Het koper ion moet daarom wel positief zijn. Aan de positieve elektrode ontstaat een gas dat naar chloor ruikt. Het chloor ion moet dus wel negatief zijn.
  Afbeelding 2

 

Kristalrooster
Alle zouten vormen kristallen wanneer ze in de vaste vaste zijn. Soms zien deze kristallen er prachtig uit, dat ze op edelstenen lijken (afbeelding.3). De kristallen ontstaan doordat in een vast zout de ionen op een vaste plek zitten. Ze zitten gerangschikt in een kristalrooster . In het kristalrooster trekken de ionen elkaar zo hard aan dat het moeilijk is ze weer uit elkaar te krijgen. Alle zouten hebben daarom ook een hoog smeltpunt . Vaste zouten geleiden geen elektriciteit omdat de ionen niet kunnen bewegen. In opgeloste en gesmolten zouten bewegen de ionen los van elkaar. Daarom kunnen opgeloste of gesmolten zouten wel elektriciteit geleiden .
  Afbeelding 3

 

links & downloads


zouten oplossen
 

ionen en zouten
(0:06:35)
     

NASK2/K/11-1

 

De opbouw van zouten ❹

uitleg

Een zout bestaat uit positieve ionen en negatieve ionen . De positieve ionen zijn bijna altijd metaal ionen . Een voorbeeld van een uitzondering hierop is het ammonium ion . De negatieve ionen kunnen bijvoorbeeld chloride ionen of sulfaat ionen zijn. Veel voorkomende positieve en negatieve ionen vind je in afbeelding.1. De ladingen die deze ionen hebben staan ook gegeven in afbeelding.1. Voor de meeste ionen is de lading een vast gegeven. Een uitzondering hierop is ijzer dat twee verschillende ladingen kan hebben. De ladingen van ionen vind je ook in je binas.

Naamgeving
Keukenzout bestaat uit natrium ionen en chloride ionen . De scheikundige naam voor keukenzout is dan ook natriumchloride. We noemen zo'n scheikundige naam ook wel een rationele naam . De allerdaagse naam "keukenzout" noemen we ook wel een triviale naam . De rationele naam van een zout begint altijd met de naam van het positieve ion . Het zout kaliumchloride bestaat dus uit positieve kalium ionen en negatieve chloride ionen .
Wanneer een ion twee ladingen kan hebben, geven we met een romeins cijfer tussen haakjes aan welke lading het ion heeft. De naam van Fe2+ is het ijzer(II)- ion . De naam van Fe3+ is het ijzer(III)- ion . De rationele naam voor een ijzerzout moet altijd een romeins cijfer hebben om de lading van het ijzer- ion aan te geven. De naam van FeO is bijvoorbeeld ijzer(II) oxide .


Smelten
De formule voor vast natriumchloride is NaCl (s). Het smelten van keukenzout zou je zo op kunnen schrijven:

NaCl(s) → Na+(l) + Cl-(l)

Merk op dat je de ladingen bij een vast zout weg laat. De fase l betekent vloeibaar .

  Afbeelding 1



 

 

NASK2/K/10-8

 

Zouten herkennen ❹

uitleg

Zout of Moleculair?
Hoe weet je nu precies of je met een zout of een moleculaire stof te maken hebt? Als je genoeg eigenschappen van zouten weet, kun je ze makkelijk herkennen.

 
Water is bij kamertemperatuur een vloeistof. Water is geen zout maar een moleculaire stof . Kopernitraat is een zout omdat in deze verbinding het metaal koper voorkomt.

Kleur van Zouten
Soms kun je aan de kleur van een zout herkennen om welke ionen het gaat. Cu2+ ionen geven een oplossing een blauwe kleur. Het Fe2+ ion geeft een oplossing een lichtgroene kleur, terwijl het Fe3+ ion een oplossing meer bruin kleurt.
   

NASK2/K/10-12

 

Zoutformule ❹

uitleg

De ladingen van ionen verschillen van elkaar. Daardoor zitten ze ook in verschillende verhoudingen bij elkaar in een zout . In natriumchloride bijvoorbeeld zit er één chloride ion voor elk natrium ion . De verhouding is 1:1 in dit geval. Maar in koperchloride zitten twee chloride ionen voor elk koper ion . Dat komt omdat de lading van koper (Cu2+) twee keer zo groot is als die van natrium (Na+). Net als bij molecuulformules gebruiken we de index om de verhouding aan te geven in de formule van een zout . Zo'n formule wordt ook wel een verhoudingsformule genoemd. De verhoudingsformule voor koperchloride is CuCl2 en ijzer(III)sulfide schrijf je als Fe2S3   Afbeelding 1

 

Je kunt de zoutformule opstellen bij de rationele naam van een zout .

1 - Noteer de naam van het zout .

2 - Verander de naam van de ionen in symbolen.

3 - Schrijf de ladingen eronder.

4 - Zet onder de ladingen de verhouding die de ionen moeten hebben om in totaal een neutrale stof te krijgen.

5 - Schrijf de ionen nogmaals achter elkaar op en zet onder de ionen , als index, de verhoudingsgetallen. Een 1 laat je natuurlijk weg.

   

 

links & downloads


zoutformules
(0:06:30)
       

 

NASK2/K/10-12

 

Samengestelde ionen ❹

uitleg

Samengestelde Ionen
Veel ionen bestaan uit één atoomsoort . Dit noemen we enkelvoudige ionen . Sommige ionen bestaan uit meerdere atoomsoorten . Sulfaat, nitraat, carbonaat, fosfaat en ammonium zijn hier voorbeelden van (afbeelding.1). Deze ionen bestaan uit groepjes atomen die bij elkaar blijven wanneer je het zout oplost of indampt. Een ion dat uit meerdere atoomsoortenbestaat noemen we een samengesteld ion .

Formule
In koper(II)nitraat zitten twee nitraat ionen voor elk koper ion . Daar kun je niet zomaar een index voor gebruiken. Je zou dan opschrijven CuNO32 Dit is fout omdat het nu net lijkt alsof er 32 zuurstof atomen in deze zoutformule zitten. In zo'n geval gebruik je haakjes om het samengestelde ion . De verhoudingsformule voor koper(II)nitraat wordt daarmee Cu(NO3)2
  Afbeelding 1

 

Je kunt de zoutformule opstellen bij de rationele naam van een zout met samengestelde ionen .

1 - Noteer de naam van het zout .

2 - Verander de naam van de ionen in symbolen.

3 - Schrijf de ladingen eronder.

4 - Zet onder de ladingen de verhouding die de ionen moeten hebben om in totaal een neutrale stof te krijgen.

5 - Schrijf de ionen nogmaals op maar nu tussen haakjes en met de verhoudingsgetallen als index onder de haakjes.

6 - Haal bij de verhoudingsgetallen de 1 weg en kijk welke haakjes echt nodig zijn. Haal ze eventueel weer weg.

   

 

links & downloads


zoutformules
(0:06:30)

samengestelde ionen
(0:06:17)
     

 

NASK2/K/10-8

 

Lading van onbekende ionen ❹

uitleg

Af en toe kun je een ion tegenkomen waarvan je de lading niet weet omdat je die nooit geleerd hebt en omdat hij niet in binas staat. Bijvoorbeeld het permanganaat ion in KMnO4. Toch kun je de lading van dit ion wel te weten komen. De totale lading van een zout is namelijk altijd gelijk aan nul. Je kunt ook zeggen, de lading is neutraal. We weten ook dat kalium een lading heeft van 1+. Volgens de zoutformule is de verhouding 1:1 tussen kalium ionen en permanganaat ionen . Dan moet de lading van permanganaat wel 1– zijn. Het onbekende ion wordt in opgaven ook wel eens met X aangegeven. De lading van X in Al2X3 moet wel 2– zijn. De totale positieve lading is namelijk 2.x.3.=.6. De negatieve lading is hier 6.:.3.=.2    

NASK2/K/10-12

 

| + -