Direct zoeken




 

.

reactievergelijking

Chemische reacties herkennen ❸

uitleg

Een chemische reactie is een gebeurtenis waarbij stoffen verdwijnen en nieuwe stoffen ontstaan. In het kort noemen we dit ook wel een reactie . De stoffen die je voor de reactie hebt noem je beginstoffen . De stoffen die je na de reactie overhoudt noem je de reactieproducten . Chemische reactie 's vinden voortdurend om ons heen plaats. Wanneer je hout, benzine of gas verbrandt verandert het in verbrandingsgassen. Als je een ei bakt verandert het vloeibare, doorzichtige en kleurloze eiwit in een harde niet doorzichtige witte stof (afbeelding 1). Maar ook in je lichaam veranderen voortdurent stoffen . Het voedsel dat je eet veranderd in nuttige stoffen zoals glucose, vet en eiwitten. De glucose reageert in je cellen met zuurstof. Hierbij komt koolstofdioxide vrij die je weer uitademt. Bij chemische reactie 's veranderen de moleculen van één of meer stoffen in andere moleculen .   Afbeelding 1

 

Hoe herken je ze?
Bij chemische reacties veranderen moleculen in nieuwe moleculen . Omdat moleculen te klein zijn om te zien kun je reacties hier niet aan herkennen. Om te bepalen of je met een chemische reactie te maken hebt kun je kijken naar de reactieverschijnselen (afbeelding 2). Bij elke chemische reactie zijn er één of meer reactieverschijnselen waar te nemen. Voorbeelden van reactieverschijnselen zijn: kleurverandering, ontstaan van gasbelletjes, knal, lichtflits, vuur, rook , warmte , geur.
  Afbeelding 2

 

NASK2/K/10-6

 

Reactieschema ❸

uitleg

Bij een chemische reactie veranderen beginstoffen in reactieproducten . Je kunt dit weergeven in een reactieschema . In een reactieschema staan de beginstoffen voor een pijl. De reactieproducten staan achter die pijl. De pijl wijst altijd naar rechts en betekent zoveel als "geeft" (afbeelding 1). Wanneer je een stukje magnesiumlint aansteekt reageert het magnesium met zuurstof uit de lucht. Er ontstaat een wit poeder dat we magnesiumoxide noemen (video 1). De beginstoffen zijn hier zuurstof en magnesium. Het reactieproduct is magnesiumoxide. Voor het maken van wijn gebruik je gistcellen. In gistcellen vind een chemische reactie plaats waarbij glucose ( beginstof ) veranderd in koolstofdioxide en alcohol ( reactieproducten ).    

 

Afbeelding 1
  Video 1 (0:01:07)
 
 

 

NASK2/K/10-7

 

Reacties in het dagelijks leven ❸

uitleg

Als je denkt dat chemische reacties alleen maar plaats vinden in een laboratorium heb je het mis. Het dagelijks leven zit vol met chemische reacties. Je komt ze dagelijks tegen.    

Bederven
Om te blijven leven moet je eten. Het voedsel dat je eet wordt door ons lichaam omgezet in nuttige stoffen zoals glucose, vet en eiwitten. Om de glucose in je lichaam te verbranden is er zuurstof nodig. Die adem je in en de koolstofdioxide die bij de verbranding ontstaat adem je weer uit. Veel voedsel moeten we eerst koken, bakken of braden. Hierbij veranderen de stoffen in het voedsel en de eventuele bacteriën en schimmels worden gedood. Het bereiden van voedsel kan ook voorkomen dat voedsel bederft (afbeelding 1). Wanneer bacteriën en schimmels in het voedsel te groeien vinden er chemische reacties plaats waarbij schadelijke stoffen vrij komen. Daar kun je goed ziek van worden. Mensen met een zwakke gezondheid kunnen er zelfs aan sterven. Door een conserveringsmiddel toe te voegen blijft een voedingsproduct langer houdbaar.
  Afbeelding 1
 
Kleurstoffen
Voorwerpen worden vaak voorzien van een kleurtje. De veel kleurstoffen kunnen niet goed tegen de UV- straling in zonlicht (afbeelding 2). De verf op auto's verkleurt hierdoor. Ook in huis kun je de verkleuring van verf soms goed zien. Vooral als het zonlicht van elke dag maar op een deel van een geverfd voorwerp komt. Dat deel zal dan verkleuren het andere deel niet. De kleurstoffen in kleding kunnen vaak slecht tegen bleek. Toch zit in wasmiddel juist bleek om de kleding schoon te krijgen. Daarom moet je gekleurde was (bonte was) gescheiden wassen van de witte was. In wasmiddel voor de bonte was zit veel minder bleekmiddel.
  Afbeelding 2
 
Kalk
In elektrische apparaten die thuis water verwarmen zit een verwarmingselement (afbeelding 3). In ons kraanwater zit kalk. Tijdens het verwarmen van het water ontstaat er kalkaanslag op het verwarmingselement. Diezelfde kalkaanslag kun je ook krijgen op de badkamertegels, de douchecabine en zelfs op de glazen uit de vaatwasser. Met een ontkalker kun je dit verwijderen. De ontkalker reageert dan met de kalk tot een reactieproduct dat goed oplost in water . Het in goed om regelmatig apparaten zoals de waterkoker, koffiezetapparaat, wasmachine en vaatwasser te ontkalken .
  Afbeelding 3
 
Verbranden
Om eten te koken kun je een gasfornuis gebruiken. Om het huis te verwarmen wordt in de centrale verwaming gas verbrand . Voor de gezelligheid kun je een kaars aansteken of de openhaard. Bij al deze voorbeelden is er vuur. Verbranden is een chemische reactie tussen een brandstof en zuurstof.
   

 

NASK2/K/10-6

 

Elementen, verbindingen en kommaformules ❸

Uitleg

Suiker ontleedt na lang verhitten in drie stoffen . Eén daarvan is koolstof. Je kunt koolstof niet verder ontleden . We noemen een stof die je niet verder kunt ontleden een element . In de loop van de geschiedenis hebben mensen steeds meer elementen ontdekt. In de natuur komen ongeveer honderd elementen voor. Deze elementen hebben een symbool gekregen die bestaat uit een hoofdletter en eventueel een kleine letter. Zo is het symbool voor koolstof een hoofdletter C. Het symbool voor magnesium is Mg. Al deze elementen zijn gerangschikt in het periodiek systeem .   Afbeelding 1

 

Verbindingen en Kommaformules
Een stof die je wel kunt ontleden noemen we een verbinding . Elke verbinding kun je ontleden in elementen . Dat betekent dat een verbinding bestaat uit elementen . Je kunt dit laten zien met een kommaformule . In een kommaformule staan de elementen waaruit een verbinding bestaat gescheiden door een komma. Suiker bestaat uit de elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). De kommaformule van suiker is dan C,H,O (voorbeeld 1). De verbinding magnesiumoxide bestaat uit de elementen magnesium (Mg) en zuurstof (O). De kommaformule voor magnesiumoxide is Mg,O. Er bestaat een afspraak over de volgorde van de elementen in een kommaformule . In die volgorde staat koolstof altijd vooraan, daarna  waterstof en de andere elementen worden daarna op volgorde geschreven van atoomnummer . Op deze regel zijn in de praktijk weer uitzonderingen.
  Voorbeeld 1

suiker C,H,O
magnesiumoxide Mg,O
zilverchloride Ag,Cl
zuurstof O
koolstofdioxide C,O
alcohol C,H,O

 

links & downloads

video's: Periodic table of video's   website: Dynamisch Periodiek Systeem

NASK2/K/11

 

Reactieschema (komma,verbranding) ❸

uitleg

Als je een stof verbrandt valt deze uit elkaar in losse elementen die vervolgens oxiden vormen. De stof met kommaformule C,H,S reageert verbrand tot de oxiden C,O en H,O en S,O. Wanneer je van de verbranding de beginstof weet kun je de verbrandingsreactie opschrijven voor de volledige verbranding (afbeelding 1). Hiervoor moet je wel de kommaformule van de brandstof weten en de oxiden van de elementen die in de brandstof zitten.

Onvolledige verbranding
Bij een onvolledige verbranding ontstaan nog allerlei andere combinaties van de aanwezige elementen . We gaan nog niet in op de reactieproducten van een onvolledige verbranding .
  Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-7

 

Reactieschema's (kommaformules) ❸

uitleg

Een reactieschema kun je in woorden opschrijven maar je kunt ook de kommaformules van de stoffen gebruiken. Hiermee wordt een reactieschema nog overzichtelijker. Het is verstandig om eerst het reactieschema in woorden op te schrijven voordat je probeert de kommaformules te gebruiken.   Afbeelding 1

 

NASK2/K/10-7

 

Reactieschema (fasen) ❸

uitleg

Je kunt in een reactieschema aangeven in welke fase een stof is. Dit doe je met afkortingen die bestaat uit één letter. De letter van de fase zet je vervolgens tussen haakjes als index achter de stof . De afkortingen zijn logisch als je de Engelse woorden ervoor onthoud. Bij verbranding van het element waterstof komt water vrij. Let op dat de temperatuur tijdens de verbranding altijd hoog genoeg is om het water in de gas fase te laten ontstaan.

letter fase Engels
s vast solid
l vloeibaar liquid
g gas gas
aq opgelost in water  
  Voorbeeld 1

 

NASK2/K/10-7

 

Molecuulformule en naamgeving ❹

uitleg

Een molecuulformule lijkt heel veel op een kommaformule . In beiden staan de atoomsoorten die in de stof voorkomen afgekort met symbolen. In een kommaformule wordt alleen aangegeven uit welke atoomsoorten een stof bestaat. Een molecuulformule geeft daarbij ook aan hoeveel atomen van elk soort er in een molecuul zitten. Daarvoor wordt rechtsonder het atoomsoort een index gezet (afbeelding.1). In een ammoniak molecuul zitten drie waterstof atomen. Rechtsonder het symbool voor waterstof (H) staat daarom een 3 (afbeelding.2). Rechtsonder het symbool voor stikstof (N) staat niets. Dit komt omdat de index 1 altijd wordt weggelaten. Staat er geen index bij een atoomsoort , dan is de index eigenlijk 1.   Afbeelding 1

 

Aan de naam van een stof kun je vaak opmaken uit welke atoomsoorten de stof bestaat. Wanneer een stof uit twee atoomsoorten bestaat, eindigt de naam van het tweede atoomsoort vaak op "-ide" (afbeelding.3). Natriumchloride bestaat bijvoorbeeld uit de atoomsoorten natrium en chloor. Verbindingen met zuurstof worden oxiden genoemd. Hun namen eindigen allemaal met "-odixe".

Soms kun je ook afleiden hoeveel atomen van elk atoomsoort er in het molecuul van een stof zit. Daarvoor bestaan er voorvoegsels (afbeelding.4). Het molecuul van koolstofdioxide (CO2) bevat één atoom koolstof en twee atomen zuurstof. Let op dat het voorvoegsel mono weggelaten wordt als het voor het eerste atoom zou komen te staan. CO2 wordt niet mono-koolstof-mono- oxide genoemd. Tussen twee atoomsoorten blijft het voorvoegsel mono wel staan zoals bij koolstofmonoxide .
 
Afbeelding 2

 

De meeste elementen bestaan uit losse atomen. De molecuulformule van deze elementen bestaat daarom alleen uit het symbool van dat element . De molecuulformule van het element natrium is Na. De molecuulformule van ijzer schrijf je als Fe. Er zijn uitzonderingen op deze regel (afbeelding 4). De elemtenten waterstof, stikstof, zuurstof, fluor, chloor, broom, en jood komen voor als tweetallen. De molecuulformules van deze elementen schrijf je dus met de index twee.  
Afbeelding 3
 
Afbeelding 4
  Afbeelding 5
   

 

links & downloads

simulatie: Bouw een molecuul (PhET)   video: molecuulformule (0:10:12)

NASK2/K/11-3

 

Reactievergelijking ❹

uitleg

Tijdens een chemische reactie worden de bindingen tussen atomen verbroken en weer gemaakt. Hierbij worden moleculen veranderd in nieuwe moleculen . Een reactievergelijking is een schematische voorstelling van dit proces. Een reactievergelijking lijkt heel veel op een reactieschema . In een reactieschema met kommaformules zie je niet in welke verhoudingen de stoffen reageren. In een reactievergelijking zie je dit wel omdat daar molecuulformules in staan.

kloppend maken
In 1789 kwam Antoine Lavoisier erachter dat de totale massa tijdens een chemische reactie altijd gelijk blijft. Dat betekent dat het aantal atomen van elk soort, voor en na de reactie gelijk moet zijn. Wanneer je een reactievergelijking opschrijft moet het aantal atomen van elk soort, ook voor en na de reactie gelijk zijn. Dit doe je door de coefficienten te veranderen. De coefficient staat voor elke molecuulformule en geeft het aantal moleculen aan. Een coefficient van 1 wordt voor het overzicht weggelaten. Een coefficient mag ook alleen een geheel getal zijn.
  Afbeelding 1

 

Je kunt een reactievergelijking kloppend maken.

1 - Zoek de makkelijkste stof op.
(met maar één atoomsoort in de molecuulformule )

2 - Zoek de moeilijkste stof op.
(meeste atoomsoorten , makkelijkste atoomsoort niet meetellen)

3 - Geef alle andere stoffen een coefficient door te kijken naar de moeilijkste stof .

4 - Maak de makkelijkste atoomsoort kloppend.

5 - Vermenigvuldig alle coefficienten om te zorgen voor zo klein mogelijke maar gehele coefficienten .

  Video 1 (0:08:13)

 

links & downloads

simulatie: reactievergelijkingen (simpel)   simulatie: reactievergelijking (uitgebreid)

NASK2/K/10-7 en 8

 

| + -