Direct zoeken




 

.

stofeigenschappen

Moleculen ❷

Moleculen ❷

uitleg

Alle stoffen om ons heen bestaan uit hele kleine deeltjes. Deze deeltjes kunnen we niet zien met het blote oog. Zelfs een microscoop zoals die bij biologie is niet goed genoeg om losse moleculen te zien. Toch weten mensen al heel veel over deze kleine deeltjes. Uit simpele experimentjes kun je zelf ook al heel veel te weten komen. Zes regels en eigenschappen van moleculen vormen het molecuulmodel . Moleculen zijn de kleinste deeltjes van een stof die nog alle eigenschappen bezitten van die stof .    

begrippen

molecuul  
De kleinste deeltjes van een stof , die nog alle eigenschappen hebben van die stof .
Alles om ons heen bestaat uit deze hele kleine deeltjes. Het grootste molecuul heeft een diameter van maar 0,000010 mm.

doelen

doel 1 - Je kunt de betekenis noemen voor het begrip ' molecuul '.
De kleinste deeltjes van een stof , die nog alle eigenschappen hebben van die stof .

NASK2/K/10-12

Het molecuulmodel ❷

Het molecuulmodel

uitleg

Regel 1 - Moleculen zijn heel erg klein
Moleculen zijn enorm klein. Nog veel kleiner dan je je kunt voorstellen. Als we elk molecuul dat in één suikerklontje zit net zo groot maken als een zandkorrel, zou je genoeg hebben om heel Nederland te bedekken met een laag zand van 10 meter hoog. Als je op afbeelding 1 klikt start er een prezi voorstelling waarmee je een goede indruk kunt krijgen van de grootte van een molecuul . Met deze powerpoint krijg je nog een andere uitleg.
 
Afbeelding 1

 

Regel 2 - Elke stof heeft zijn eigen moleculen
Moleculen bestaan uit nog kleinere deeltjes. Deze deeltjes heten atomen. Er zijn ongeveer 100 soorten atomen. Welke atomen en hoeveel er in het molecuul zitten, en vooral hoe ze aan elkaar verbonden zijn bepaald de eigenschappen van de stof . Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen .
 
Afbeelding 2

 

Regel 3 - Tussen moleculen zit lege ruimte (geen lucht)
Je kan een behoorlijke hoeveelheid suiker oplossen in water zonder dat het volume toeneemt. Dit kan je verklaren als er ruimte tussen de water - moleculen is waar de suiker- moleculen tussen kunnen gaan zitten. Een ander voorbeeld. Als je 50mL water en 50mL alcohol mengt krijg je niet 100mL mengsel maar ongeveer 97mL. Een verklaring hiervoor is eveneens dat de lege ruimte tussen de moleculen van de éne stof voor een deel worden opgevuld met de andere moleculen .
   

 

Regel 4 – Moleculen bewegen
In video 1 zie je wat er met kleurstof gebeurt als je het in water doet. Moleculen bewegen. Dit is goed te merken met de proef van de video 1. Ook al roer je het water niet, toch komen de moleculen van de kleurstof uiteindelijk overal in het water terecht. Dit zou niet kunnen als de moleculen niet zouden bewegen. Je kunt het ook goed merken als iemand in de klas met een deobus spuit. Ook al waait het niet in de klas, toch ruik je het uiteindelijk overal in het lokaal. (en soms zelfs op de gang)
 
Video 1 (0:01:29)
 

 

Regel 5 – Moleculen trekken elkaar aan
In video 2 zie je hoe sterk de aantrekkingskracht tussen watermoleculen is. Moleculen hebben een onderlinge aantrekkingskracht. Ze blijven als het ware aan elkaar plakken. Je kunt dit ook goed zien wanneer twee waterdruppels elkaar tegenkomen. De twee druppels zuigen naar elkaar toe en vormen één druppel.
 
Video 2 (0:01:21)

 

Regel 6 – Moleculen bewegen sneller bij hogere temperatuur
In video 3 zie je wat er gebeurt met een druppel inkt in een glas warm en koud water . Het verschil komt doordat de moleculen in het warme water veel sneller bewegen. Een effect van deze regel is dat stoffen die warm worden uitzetten . De moleculen gaan meer bewegen en hebben hiervoor ruimte nodig. Daarvoor moeten ze verder uit elkaar en de stof in zijn geheel zet uit. Bij vaste stoffen gaat het maar om een hele kleine uitzetting. Toch kan je hier in het dagelijks leven wat van merken.
 
Video 3 (0:01:09)

begrippen

molecuulmodel   Een theorie waarmee we kunnen verklaren hoe stoffen zich gedragen. Deze theorie kent zes basisregels.
1 – moleculen zijn enorm klein.
2 – elke stof heeft zijn eigen moleculen .
3 – tussen moleculen zit lege ruimte (geen lucht).
4 – moleculen bewegen
5 – moleculen trekken elkaar aan
6 – moleculen bewegen sneller als de temperatuur hoger is.

doelen

doel 1 - Je kunt uitleggen wat het molecuulmodel is.
Een set regels die de eigenschappen van moleculen omschrijven.

doel 2 - Je kunt de regels van het molecuulmodel uit het hoofd noemen. (niet per se op volgorde)
1 – moleculen zijn enorm klein.
2 – elke stof heeft zijn eigen moleculen .
3 – tussen moleculen zit lege ruimte (geen lucht).
4 – moleculen bewegen
5 – moleculen trekken elkaar aan
6 – moleculen bewegen sneller als de temperatuur hoger is.

links & downloads


fase en faseovergang
 

fasen
(0:06:57)
     

NASK2/K/10-12

Dichtheid ❷

Dichtheid ❷

uitleg

"Wat weegt meer, een kilogram veren of een kilogram lood?" Dit is een instinker die je misschien als eens gehoord hebt. Omdat je van beide een kilogram hebt is de massa net zoveel. Toch is er wel een verschil. Het volume van een kilo veren is veel groter. Ongeveer een kussen vol. Een kilo lood is een veel kleiner blokje. In het dagelijks leven zeg je dat de éne stof zwaarder is dan de andere. Het verschil zit in de dichtheid . Bij lood zitten de moleculen erg dicht op elkaar. Hierdoor zit er veel massa in een klein volume . Bij plastic zitten de moleculen verder uit elkaar. Hierdoor zit er minder massa in een groter volume .

 
  Afbeelding 1

 

Verhouding
De dichtheid (ρ) is de verhouding tussen massa (m) en volume (V). Je kunt de dichtheid berekenen met een verhoudingstabel . Je kunt ook de formule gebruiken (afbeelding 1). Als je van het blokje van afbeelding 2 de dichtheid berekent kom je uit op 2,7 gram per kubieke centimeter (voorbeeld 1). In Binas staat een tabel met de dichtheid voor een heleboel verschillende stoffen . Je kunt opzoeken dat de dichtheid 2,7 g/cm³ aluminium is. Het blokje zal waarschijnlijk van aluminium zijn. Ook van een onregelmatig voorwerp kun je de dichtheid berekenen (video 1).
  Afbeelding 2

meer uitleg

Voorbeeld 1:

We willen de dichtheid weten van de balk hier rechts.
Dan moeten we het volume en de massa weten.
De massa is al gegeven als 324 gram.
Het volume moeten we nog berekenen.

l = 4 cm
b = 3 cm
h = 10 cm

V = l x b x h
V = 4 cm   x   3 cm   x   10 cm

V = 120 cm³

 

De dichtheid van deze balk is dan

m = 324 g
V = 120 cm³

ρ = m : V
ρ = 324 g : 120 cm³

ρ = 2,7 g/cm³

 

 

Voorbeeld 2:

We willen de dichtheid weten van de steen hier rechts.
We weten de massa van de steen al:  32 gram
We kunnen ook zien dat met de onderdompelmethode het volume bepaald is. We moeten alleen de berekening nog afmaken.

Vb = 65 mL
Ve = 85mL

V = Ve - Vb
V = 85 mL - 65 mL

V = 20 mL

Nu kunnen we de dichtheid berekenen.

m = 32 g
V = 20 mL = 20 cm³

ρ = m : V
ρ = 32 g : 20 cm³

ρ = 1,6 g/cm³

 

In de video's hieronder zie je de uitwerking van nog eens drie soorten vragen.

Video (0:01:34)
  Video (0:01:42)
  Video (0:01:43)

begrippen

dichtheid  
De verhouding tussen massa en volume . Het zegt iets over hoe dicht de moleculen op elkaar zitten. Hoe dichter ze op elkaar zitten hoe meer moleculen passen in een bepaald volume . Dit betekent dat bij een grotere dichtheid ook meer massa in een bepaald volume zit. Dichtheid wordt gemeten in massa - eenheid per volume - eenheid . (bv. g/cm³)
De afkorting van dichtheid is de griekse letter p, deze schrijf je als een schuine p.

doelen

doel 1 - Je kunt de afkortingen van de grootheden en eenheden van de formule voor dichtheid noemen

grootheid afk eenheid afk
volume (=grootte) V liter
kubieke meter
L
massa (≈ gewicht ) m gram g
dichtheid ρ gram per liter
gram per kubieke meter
g/L
g/m³


doel 2 - Je kunt de formule voor dichtheid uit het hoofd noemen.
dichtheid is massa gedeeld door volume of ρ = m : V

doel 2 - Je kunt rekenen met de formule ρ = m : V
Dit zijn rekensommen met een formule . Kijk hiervoor nog eens bij GGFIBAC .

links & downloads


introductie op dichtheid
 

dichtheid
 

oefeningen m=pxV
zonder omrekenen (∞)

oefeningen m=pxV
met omrekenen (∞)

dichtheid van onbekende voorwerpen

voorbeeld uitwerking drie dichtheid sommen
(0:05:51)

dichtheid
(0:03:27)
     

NASK1/K/4-3 en NASK2/K/3-11

Metalen ❹

uitleg

In de natuur komen een heleboel verschillende metalen voor. Een overzicht van alle metalen zie je in het periodiek systeem (afbeelding.1). Metalen kun je herkennen aan de gemeenschappelijke eigenschappen. Alle metalen zijn goede warmte geleiders en ze geleiden elektriciteit goed. Alle metalen hebben een glanzend oppervlak. Dit kun je niet altijd zien omdat het oppervlak van veel metalen aangetast wordt door zuurstof uit de lucht. Wanneer een metaal aangetast wordt door bijvoorbeeld zuurstof of water , noemen we dit corroderen . Corroderen door zuurstof is eigenlijk een langzame verbranding . Hierbij onstaat een oxide , en dit maakt het oppervlak dof. Wanneer je het oppervlak van een metaal schoon maakt glimt het altijd.

Edele metalen
Sommige metalen corroderen niet of moeilijk. Goud is een bekend voorbeeld van een metaal dat altijd blijft glimmen. Het oppervlak wordt nauwelijks aangetast. Zilver wordt wel een beetje aangetast door zuurstof en moet je regelmatig poetsen. We noemen dit edele metalen . Goud, zilver en platina zijn voorbeelden van edele metalen .

Zware metalen
Metalen met een hoge atoommassa en hoge giftigheid vallen binnen een groep metalen die we zware metalen noemen. Voorbeelden van zware metalen zijn camium, zink, lood en kwik. Deze metalen zijn zeer schadelijk voor het milieu. Ze zijn giftig voor mens, plant en dier.
  Afbeelding 1

 

doelen

doel 1 - Je kunt drie eigenschappen noemen die alle metalen hebben.
Alle metalen glimmen als hun oppervlak schoon is. Alle metalen geleiden elektriciteit goed. Alle metalen geleiden warmte goed.

 

doel 2 - Je kunt minimaal 6 voorbeelden noemen van metalen .
Bijvoorbeeld: ijzer, koper, aluminium, tin, lood, goud, zilver, zink, platina, chroom, nikkel, natrium, magnesium.
LET OP!  brons, messing, soldeertin, rvs, en staal zijn legeringen en dus geen goede voorbeelden.

 

doel 3 - Je kunt uitleggen wat we bedoelen met corroderen .
Corroderen is de oxidatie van een metaal . Een oxidatiereactie is altijd een reactie met zuurstof. Wanneer een metaal corrodeert , reageert het dus met zuurstof en vormt een oxide . De corrosie van ijzer wordt ook wel roesten genoemd.

 

doel 4 - Je kunt het verschil uitleggen tussen edele en onedele metalen
Een edel metaal corrodeert niet of nauwelijks. Goud, zilver en platina zijn voorbeelden van edele metalen . Onedele metalen corroderen makkelijk. Voorbeelden van onedele metalen zijn ijzer, lood, zink, aluminium en koper.

 

doel 5 - Je kunt een uitleggen wat we bedoelen met zware metalen .
Voorbeelden van zware metalen zijn camium, zink, lood en kwik. Deze metalen zijn zeer schadelijk voor het milieu. Ze zijn giftig voor mens, plant en dier.

 

links & downloads

         

 

wordt onderzocht

 

Zinken, zweven of drijven ❸

uitleg

Een stuk plastic drijft op water terwijl een steen zinkt (afbeelding 1). Een ballon gevuld met helium drijft in de lucht en wij zinken in lucht. Of iets zinkt , zweeft of drijft in een bepaalde stof hangt van de dichtheid af. Wanneer de dichtheid van het voorwerp kleiner is dan die van de stof zal het voorwerp drijven . Als de dichtheid van het voorwerp groter is dan die van de stof zal het voorwerp zinken . Kurk heeft een dichtheid van 0,25 g/cm³. Dit is veel kleiner dan de dichtheid van water met 1,0 g/cm³. Daarom drijft een kurk in water . Vissen maken gebruik van een zwemblaas (afbeelding 2). In deze blaas zit lucht. Hoeveel lucht er in de blaas zit kan de vis regelen. Hierdoor kan de vis ervoor zorgen dat zijn dichtheid precies even groot is als die van het water om hem heen. Hij blijft dan zweven in het water . Kwik is een metaal dat vloeibaar is bij kamertemperatuur. Kwik heeft ook een erg hoge dichtheid van 13,5 g/cm³. Daardoor blijven er veel voorwerpen op het kwik drijven (video 1). Wanneer je een ei in water doet, zinkt het ei. Dat komt omdat de dichtheid van het ei net iets groter is dan die van water . Wanneer je zout aan het water toevoegt, verhoog je de dichtheid van het zoute water . Het ei kan dan zelfs gaan drijven (video 2).  
Video 1 (0:01:04)

 

Afbeelding 1
  Afbeelding 2

 
Video 2 (0:01:47)

 

links & downloads


drijven
 
       

 

NASK1/K/4-2

 

| + -