Direct zoeken




 

.

Het molecuulmodel ❷

Het molecuulmodel

uitleg

Regel 1 - Moleculen zijn heel erg klein
Moleculen zijn enorm klein. Nog veel kleiner dan je je kunt voorstellen. Als we elk molecuul dat in één suikerklontje zit net zo groot maken als een zandkorrel, zou je genoeg hebben om heel Nederland te bedekken met een laag zand van 10 meter hoog. Als je op afbeelding 1 klikt start er een prezi voorstelling waarmee je een goede indruk kunt krijgen van de grootte van een molecuul . Met deze powerpoint krijg je nog een andere uitleg.
 
Afbeelding 1

 

Regel 2 - Elke stof heeft zijn eigen moleculen
Moleculen bestaan uit nog kleinere deeltjes. Deze deeltjes heten atomen. Er zijn ongeveer 100 soorten atomen. Welke atomen en hoeveel er in het molecuul zitten, en vooral hoe ze aan elkaar verbonden zijn bepaald de eigenschappen van de stof . Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen .
 
Afbeelding 2

 

Regel 3 - Tussen moleculen zit lege ruimte (geen lucht)
Je kan een behoorlijke hoeveelheid suiker oplossen in water zonder dat het volume toeneemt. Dit kan je verklaren als er ruimte tussen de water - moleculen is waar de suiker- moleculen tussen kunnen gaan zitten. Een ander voorbeeld. Als je 50mL water en 50mL alcohol mengt krijg je niet 100mL mengsel maar ongeveer 97mL. Een verklaring hiervoor is eveneens dat de lege ruimte tussen de moleculen van de éne stof voor een deel worden opgevuld met de andere moleculen .
   

 

Regel 4 – Moleculen bewegen
In video 1 zie je wat er met kleurstof gebeurt als je het in water doet. Moleculen bewegen. Dit is goed te merken met de proef van de video 1. Ook al roer je het water niet, toch komen de moleculen van de kleurstof uiteindelijk overal in het water terecht. Dit zou niet kunnen als de moleculen niet zouden bewegen. Je kunt het ook goed merken als iemand in de klas met een deobus spuit. Ook al waait het niet in de klas, toch ruik je het uiteindelijk overal in het lokaal. (en soms zelfs op de gang)
 
Video 1 (0:01:29)
 

 

Regel 5 – Moleculen trekken elkaar aan
In video 2 zie je hoe sterk de aantrekkingskracht tussen watermoleculen is. Moleculen hebben een onderlinge aantrekkingskracht. Ze blijven als het ware aan elkaar plakken. Je kunt dit ook goed zien wanneer twee waterdruppels elkaar tegenkomen. De twee druppels zuigen naar elkaar toe en vormen één druppel.
 
Video 2 (0:01:21)

 

Regel 6 – Moleculen bewegen sneller bij hogere temperatuur
In video 3 zie je wat er gebeurt met een druppel inkt in een glas warm en koud water . Het verschil komt doordat de moleculen in het warme water veel sneller bewegen. Een effect van deze regel is dat stoffen die warm worden uitzetten . De moleculen gaan meer bewegen en hebben hiervoor ruimte nodig. Daarvoor moeten ze verder uit elkaar en de stof in zijn geheel zet uit. Bij vaste stoffen gaat het maar om een hele kleine uitzetting. Toch kan je hier in het dagelijks leven wat van merken.
 
Video 3 (0:01:09)

begrippen

molecuulmodel   Een theorie waarmee we kunnen verklaren hoe stoffen zich gedragen. Deze theorie kent zes basisregels.
1 – moleculen zijn enorm klein.
2 – elke stof heeft zijn eigen moleculen .
3 – tussen moleculen zit lege ruimte (geen lucht).
4 – moleculen bewegen
5 – moleculen trekken elkaar aan
6 – moleculen bewegen sneller als de temperatuur hoger is.

doelen

doel 1 - Je kunt uitleggen wat het molecuulmodel is.
Een set regels die de eigenschappen van moleculen omschrijven.

doel 2 - Je kunt de regels van het molecuulmodel uit het hoofd noemen. (niet per se op volgorde)
1 – moleculen zijn enorm klein.
2 – elke stof heeft zijn eigen moleculen .
3 – tussen moleculen zit lege ruimte (geen lucht).
4 – moleculen bewegen
5 – moleculen trekken elkaar aan
6 – moleculen bewegen sneller als de temperatuur hoger is.

links & downloads


fase en faseovergang
 

fasen
(0:06:57)
     

NASK2/K/10-12

| + -