Direct zoeken




 

.

stoffen aantonen

Stoffen aantonen ❸

uitleg

Om te weten met welke stof je te maken hebt kun je gebruik maken van een indicator , reagens of reactant . Deze stoffen veranderen bijvoorbeeld van kleur als ze in aanraking komen met een andere stof . Zo'n stof is pas echt handig als het reageert op één specifieke andere stof . Voorbeelden zijn pH-papier, lakmoes , zetmeel, wit kopersulfaat , kalkwater , broomwater .    

 

NASK2/V/2-A

 

Indicator, reagens en reactant ❸

uitleg

Het verschil tussen een Indicator, Reagens en Reactant
De begrippen indicator , reagens en reactant worden nog wel eens door elkaar gehaald. Dit komt omdat je de stoffen uit deze groepen allemaal kunt gebruiken om een de aanwezigheid van een andere stof aan te tonen. Er zit wel een verschil tussen deze drie groepen stoffen .

Reactant
Een stof valt onder de groep reactanten als de stof wordt verbruikt om iets aan te tonen. Je kunt de stof dus niet meer opnieuw gebruiken. Een gloeiende houtspaander is een reactant voor zuurstof. De houtspaander doet mee in de reactie en wordt verbruikt.

Reagens vs Indicator
Een stof valt onder de groep indicatoren als de kleurverandering ook iets zegt over de hoeveelheid van de aan te tonen stof . Jodium is een reagens voor zetmeel. Het jodium kleurt zwart. Daaruit kun je niet opmaken hoeveel zetmeel er aanwezig is. Een pH-papiertje is een indicator voor zuren en basen .Het kleurverschil zegt het ook iets over de hoeveelheid van het zuur of de base .
   

 

NASK2/K/7-9 en NASK2/V/2-A

 

Indicatoren voor zuren ❹

uitleg

Zuren smaken zelf vaak zuur . Toch kun je niet altijd ontdekken of een stof zuur is door ervan te proeven. Cola smaakt zoet. Toch is cola zo zuur dat je er vastgeroeste bouten mee los kunt bijten. Daarbij komt dat sommige zuren te gevaarlijk zijn om van te proeven. Om te meten hoe zuur een stof is, kun je een indicator gebruiken. Rodekoolsap, lakmoes en fenolftaleÏne zijn voorbeelden van stoffen waarmee je zuren kunt aantonen. Het gebied waarin een indicator van kleur veranderd ligt (meestal) tussen twee pH-waardes (afbeelding.1). We noemen dit het omslagtraject .

Rodekoolsap
Bij het koken van rodekool wordt vaak een zure appel toegevoegd. Daardoor wordt de paarse rodekoolsap mooi rood. Wanneer je een beetje ammonia bij dit rodekoolsap doet kleurt het sap blauw groen. Rodekoolsap kleurt groen bij basen .

Lakmoes(papier)
De stof lakmoes wordt gewonnen door extractie van korstmossen. Deze stof kleurt bij zuren rood en bij basen blauw. Je kunt bepalen of een stof zuur of base is door een beetje van die stof op een lakmoespapiertje te druppelen. Een lakmoespapiertje is een stukje papier waarop een beetje lakmoes is aangebracht.

Fenolftaleine
De stof fenolftaleine kleurt bij een base diep paars. Bij een zuur is het helemaal kleurloos. Ook met deze stof kun je dus aantonen of een stof zuur of basisch is.

Universeel Indicatorpapier
Met een combinatie van een aantal indicatoren kun je redelijk nauwkeurig bepalen hoe zuur een stof is. Dit is wat er op het papier van een universele indicator zit (afbeelding.2). Je druppelt dan een beetje van je stof op het papiertje en het verkleurt . De kleur kun je vergelijken met die op het doosje. Daarop staat een pH-schaal met kleuren.
  Afbeelding 1



Afbeelding 2

 

verdieping

Het verschil tussen een Indicator, Reagens en Reactant
De begrippen indicator , reagens en reactant worden nog wel eens door elkaar gehaald. Dit komt omdat je de stoffen uit deze groepen allemaal kunt gebruiken om een de aanwezigheid van een andere stof aan te tonen. Er zit wel een verschil tussen deze drie groepen stoffen .

Reactant
Een stof valt onder de groep reactanten als de stof wordt verbruikt om iets aan te tonen. Je kunt de stof dus niet meer opnieuw gebruiken. Een gloeiende houtspaander is een reactant voor zuurstof. De houtspaander doet mee in de reactie en wordt verbruikt.

Reagens vs Indicator
Een stof valt onder de groep indicatoren als de kleurverandering ook iets zegt over de hoeveelheid van de aan te tonen stof . Jodium is een reagens voor zetmeel. Het jodium kleurt zwart. Daaruit kun je niet opmaken hoeveel zetmeel er aanwezig is. Een pH-papiertje is een indicator voor zuren en basen .Het kleurverschil zegt het ook iets over de hoeveelheid van het zuur of de base .
   

 

 

links & downloads


zuren en basen
 
       

 

NASK2/K/7-8

 

Reagens voor water ❸

uitleg

Kopersulfaat kan in twee kleuren voorkomen. Kopersulfaat is van zichzelf een witte stof . Als kopersulfaat in contact gekomen is met water is het een blauwe stof (afbeelding 1). Kopersulfaat verkleurt alleen als het in aanraking komt met water . Je kunt wit kopersulfaat dus goed gebruiken als reagens voor water (video 1). Als je wit kopersulfaat vervolgens weer verwarmt dan verdwijnt het water uit het kopersulfaat en kleurt het weer wit. Je kunt kopersulfaat op die manier ook weer opnieuw gebruiken.    

 

Afbeelding 1
  Video 1 (0:02:15)
   

 

NASK2/V/2-A

Reactant voor koolstofdioxide ❸

uitleg

Kalkwater is een oplossing van calciumhydoxide in water . Wanneer je koolstofdioxide door kalkwater laat gaan ontstaat er een witte vaste stof . De vaste stof maakt het water troebel (video 1). Kalkwater wordt alleen troebel onder invloed van koolstofdioxide . Kalkwater is daarmee een geschikte reactant voor koolstofdioxide . Omdat koolstofdioxide een gas is kan het lastig zijn om het door het kalkwater te krijgen. Daarvoor gebruik je een gaswasfles.  
Video 1 (0:02:30)

 

NASK2/V/2-A

 

Reactant voor zwaveldioxide ❸

uitleg

Broomwater is een oplossing van broom in water . Hierdoor kleurt het water geel/bruin. Het opgeloste broom reageert zodra het in aanraking komt met zwaveldioxide . Er ontstaan stoffen die kleurloos zijn. De heldere geel/bruine vloeistof verliest zijn kleur als het gemengd wordt met zwaveldioxide . Daarmee is broomwater een goede reactant voor zwaveldioxide (video 1). Omdat zwaveldioxide een gas is kan het lastig zijn om het te mengen met broomwater . Hiervoor gebruik je een gaswasfles.
 
  Video 1 (0:01:23)

 

NASK2/V/2-A

 

Redeneren van oxiden naar brandstof ❸

uitleg

Als je de beginstof van een volledige verbranding weet kun je de reactieproducten voorspellen. Als in de brandstof het element koolstof zit, komt er bij volledige verbranding koolstofdioxide vrij. Omgekeerd kun je ook bepalen welke elementen er in een brandstof zitten door te kijken naar de reactieproducten bij volledige verbranding . Als er bij het verbranden van een brandstof zwaveldioxide vrij komt, dan zat in de brandstof het element zwavel. Als je alle oxiden kunt aantonen kun je achter de kommaformule van de brandstof komen.    

 

 

 

| + -