Direct zoeken




 

.

wet van Ohm

De spanningsbron ❷

uitleg

Alle stoffen om ons heen bevatten elektrische deeltjes. We noemen deze deeltjes elektronen . Elektronen zijn nog veel kleiner dan moleculen en ze stoten elkaar af. Als deze elektronen gaan bewegen hebben we het over elektriciteit .

Je kunt deze elektronen in beweging brengen met een spanningsbron (afbeelding.1). Je kunt dit vergelijken met de pomp en de ketel van een centrale verwarming . De spanningsbron brengt de elektronen in beweging en geeft ze energie mee. Hoe sterk de elektronen vooruit geduwd worden noemen we de spanning (U). We meten spanning in volt (V) vernoemd naar de geleerde Alessandro Volta.

Een spanningsbron heeft altijd twee aansluitingen die we de polen noemen. De elektriciteit wil altijd van de positieve (+) pool naar de negatieve (-) pool.
  Afbeelding 1
spanningsbronnen .jpg" style="width: 240px; height: 188px" />

 

doelen

doel 1 - Je kunt uitleggen wat elektriciteit is.
Elektriciteit is het bewegen van elektronen . Dit zijn kleine deeltjes, nog kleiner dan moleculen , die elkaar afstoten. Deze elektronen komen in alle stoffen om ons heen voor. Zodra je ze laat bewegen heb je te maken met elektriciteit .

 

doel 2 - Je kunt uitleggen wat een spanningsbron is.
Een spanningsbron is een apparaat dat elektronen in beweging brengt. Een spanningsbron heeft altijd een positieve pool en een negatieve pool. De elektriciteit wil altijd van de positieve pool naar de negatieve pool stromen.

 

doel 3 - Je kunt vier verschillende spanningbronnen noemen.
Voorbeelden van spanningsbronnen zijn de batterij, accu, dynamo en zonnecel.

 

doel 4 - Je kunt uitleggen wat we bedoelen met de grootheid spanning .
De spanning geeft aan hoe hard de elektronen geduwd worden. Bij een hoge spanning worden de elektronen dus hard vooruit geduwd.

 

doel 5 - Je kunt de eenheid van spanning noemen en de afkortingen van beiden.
Spanning meten we in volt . De afkorting van spanning is de hoofdletter U. De afkorting van volt is de hoofdletter V.

 

opgaven

Opgave 1
Wat is elektriciteit ?
 
Opgave 2
Waarmee kunnen we elektronen laten bewegen?
 
Opgave 3
Noem vier voorbeelden van een spanningsbron ?
 
Opgave 4
Wat is spanning ?
 
Opgave 5
Wat is de eenheid van spanning ?
 
Opgave 6
Wat is de afkorting van spanning ?
 
Opgave 7
Wat is de afkorting van volt ?
 
Opgave 8
Wat gebeurd er met de elektronen wanneer je de spanning verhoogt?

 

links & downloads


gelijk spanning
(uitgebreid)

geschiedenis van elektriciteit
(0:01:20)

wat is elektriciteit ?
(0:01:40)
   

 

NASK1/K/5-2

 

Elektrische weerstand ❸

uitleg

Elektriciteit is het bewegen van elektronen . Dat gaat niet even makkelijk door elke stof . Sommige stoffen laten de elektronen erg goed door zoals metalen . Andere stoffen laten de elektrische deeltjes wel door maar remmen ze een beetje af. Ze bieden weerstand tegen de beweging van de elektronen . Hoeveel de elektronen worden tegenhouden noemen we elektrische weerstand . Dit wordt in het kort ook wel weerstand genoemd. De afkorting voor weerstand (R) komt van het Engelse woord 'resistance'. De eenheid van weerstand is de ohm (Ω). Deze eenheid is vernoemd naar de geleerde Georg Ohm. De weerstand kun je meten met bijvoorbeeld een multimeter . In veel elektrische apparaten kom je onderdeeltjes tegen die we weerstanden noemen. Dit zijn stukjes materiaal die de elektriciteit een beetje tegenhouden. Hoeveel de elektriciteit tegengehouden wordt kun je zien aan de gekleurde ringen op de weerstand .
   

 

Afbeelding 1
  Afbeelding 2
  Afbeelding 3

 

NASK1/K/5-formules

 

Soortelijke weerstand ❸

uitleg

Elk materiaal heeft een andere weerstand . We noemen dit soortelijke weerstand . De weerstand van bijvoorbeeld een draad hangt af van een aantal factoren. Zo is de weerstand afhankelijk van het soort materiaal. In Binas kun je de soortelijke weerstand vinden voor een aantal vaste stoffen . De weerstand is ook afhankelijk van de temperatuur. Daarom staat er in Binas onder de soortelijke weerstand (T=293K). Dat betekent dat die weerstandswaarden alleen gelden bij 20 graden Celsius. De weerstand van een draad is ook afhankelijk dikte van de draad (afbeelding 1). Hoe dikker de draad hoe meer elektronen er tegelijk doorheen kunnen. Daardoor wordt de weerstand lager. Als laatste is de soortelijke weerstand ook afhankelijk van de lengte van de draad. Hoe langer de draad hoe hoger de weerstand .
 
  Afbeelding 1

 

Afbeelding 2


  Afbeelding 3

grootheid afk eenheid afk
weerstand R ohm
lengte l meter m
oppervlakte A vierkante
millimeter
mm²
soortelijke
weerstand
ρ Ω • mm²/m
  Voorbeeld 1

A  =  3,1 mm²
l  =  2,0 m
stof   =  koper
R  =  ?

ρkoper  =  0,017 Ω • mm²/m (Binas)

R  =  ( ρ x l )  :  A
R  =  ( 0,017 x 2,0 )  :  3,1
R  =  0,01 Ω

 

links & downloads

       

 

NASK1/K/5-1

 

Stroommeters en spanningsmeters aansluiten ❸

uitleg

Stroommeters aansluiten
Stroommeters meten de stroomsterkte . Ze moeten meten hoeveel elektronen er door de stroommeter lopen. Daarbij moeten ze de elektronen zo min mogelijk hinderen. Stroommeters hebben daarom een hele lage inwendige weerstand . Je moet hem altijd in serie aansluiten. Als je hem parallel aansluit maak je kortsluiting (afbeelding 1 boven).

Spanningsmeters aansluiten
Spanningsmeters moeten een verschil in spanning meten. Ze moeten de spanning niet beïnvloeden. Daarom hebben spanningsmeters een hele hoge inwendige weerstand . Je moet hem altijd parallel aansluiten. Als je een spanningsmeter in serie aansluit loopt er geen stroom en meet je de spanning niet goed (afbeelding 1 onder).
  Afbeelding 1

 

links & downloads


gelijk spanning
(uitgebreid)

multimeter
     

 

NASK1/K/3-4

 

Wet van Ohm ❸

uitleg

De elektrische stroomsterkte hangt af van twee factoren. Het hangt af van de spanning . Spanning kun je vergelijken met de kracht waarmee de elektronen vooruit geduwd worden. Het hangt ook af van de weerstand die de elektronen ondervinden. Dit verband wordt beschreven in de formule die we de Wet van Ohm noemen (afbeelding 1). Deze formule is vernoemd naar de wetenschapper Georg Ohm. Hij ontdekte dat de verhouding tussen spanning en stroomsterkte rechtevenredig is (afbeelding 2). Wanneer we een weerstand van 20 Ω aansluiten op een spanningsbron van 6 volt kunnen we berekenen hoe groot de stroom is die gaat lopen (voorbeeld 1). De symbolen die je voor deze formule nodig hebt vind je in afbeelding 3 en je binas.  
Afbeelding 1

 

Afbeelding 2
  Voorbeeld 1

U  =  6 V
R  =  20 Ω
I  =  ?

I  =  U  :  R
I  =  6 V  :  20 Ω
I  =  0,3 A
  Afbeelding 3

grootheid afk eenheid afk
spanning U volt V
stroomsterkte I ampère A
weerstand R ohm

 

links & downloads


wet van Ohm
 
       

 

NASK1/K/5-formules

 

| + -